<p>De A-zinnen staan in de normale volgorde: 1. Onderwerp - 2. Persoonsvorm.</p>
<p>Zet de B-zinnen in de goede volgorde.</p>
<p> </p>
<p>Voorbeeld:<br />
A. Ik heb gisteren een nieuwe fiets gekocht.<br />
B. Gisteren..... heb ik een nieuwe fiets gekocht.</p>
Algemene informatie
Titel
Oefening 2
Aantal vragen
Maximaal te behalen punten
Punten nodig om te slagen
Naam
De onderstaande antwoorden moet je zelf nakijken; vergelijk jouw antwoorden met de goede
antwoorden, en geef aan in welke mate jouw antwoorden correct zijn.