|
Wat gaan we doen deze les?
We behandelen thema 7: Specifieke Methoden
|
Korte herhaling thema 6
Hoorcollege thema 6

Opdracht 1: Methoden en Doelgroepen: doe deze opdracht in tweetallen
In het schema staan de vier methoden en de doelgroepen waar ze toepasbaar voor zijn. Beargumenteer onderling waarom dit zo is.
Vul het als volgt in:
XX = speciaal voor deze groep ontwikkeld en zeer geschikt voor de doelgroep
X = goed toepasbaar voor de doelgroep
– = niet of nauwelijks geschikt voor de doelgroep
|
|
Son-rise |
Teacch |
Geef me de 5 |
Vlaskamp |
|
Mensen met autisme |
|
|
|
|
|
Mensen met een licht verstandelijke beperking |
|
|
|
|
|
Mensen met een zeer ernstige meervoudige beperking |
|
|
|
|
|
Mensen met een psychiatrische stoornis |
|
|
|
|
|
Ouderen met dementie |
|
|
|
|
Daarna bespreken we het na met de klas
Opdracht 2: Doe deze opdracht in tweetallen.
Om de juiste methode te vinden bij een cliënt, moet je weten wat de methoden inhouden. Lees de casus en pas toe wat je weet over de verschillende methoden. Welke methode zou in dit geval het beste zijn?
|
CASUS Rik komt elke dag op de dagbesteding voor mensen met een beperking, met veel verhalen over thuis en over wat hij onderweg heeft gezien. Het duurt zeker een uur voordat hij wil gaan zitten en koffie drinkt. Hij loopt onrustig heen en weer, wil niet aan zijn werk beginnen. Hij werkt op de structuurgroep met mensen met een stoornis in het autisme spectrum. Zijn collega’s hebben veel last van zijn onrust. Zijn begeleiders zouden hem graag helpen zijn onrust te verminderen. Ze hebben al geprobeerd om lijstjes en pictoborden met hem te maken, maar tot nu toe helpen ze niet. |
Daarna nabespreken met de klas
Opdracht 3: Doe deze opdracht in tweetallen
Om de juiste methode te vinden bij een cliënt, moet je weten wat de methoden inhouden. Lees de casus en pas toe wat je weet over de verschillende methoden. Welke methode zou in dit geval het beste zijn?
|
CASUS Rik komt elke dag op de dagbesteding voor mensen met een beperking, met veel verhalen over thuis en over wat hij onderweg heeft gezien. Het duurt zeker een uur voordat hij wil gaan zitten en koffie drinkt. Hij loopt onrustig heen en weer, wil niet aan zijn werk beginnen. Hij werkt op de structuurgroep met mensen met een stoornis in het autisme spectrum. Zijn collega’s hebben veel last van zijn onrust. Zijn begeleiders zouden hem graag helpen zijn onrust te verminderen. Ze hebben al geprobeerd om lijstjes en pictoborden met hem te maken, maar tot nu toe helpen ze niet. |
Daarna nabespreken met de klas
Zelfstandig werken
Werken aan de opdrachten van thema 7 (eventueel nog thema 3 en 6).
Huiswerk voor volgende week: