Lesweek 3

Wat gaan we doen deze les?

  • Korte herhaling thema 6
  • Hoorcollege thema 7
  • Opdrachten in tweetallen, nabespreken met de groep
  • Zelfstandig werken opdrachten thema 7
  • Huiswerk voor volgende week

We behandelen thema 7: Specifieke Methoden

  • 7.1 Son-Rise
  • 7.2 TEACCH
  • 7.3 Geef me de 5
  • 7.4 Methode Vlaskamp

 

Korte herhaling thema 6

 

Hoorcollege thema 6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht 1: Methoden en Doelgroepen: doe deze opdracht in tweetallen

In het schema staan de vier methoden en de doelgroepen waar ze toepasbaar voor zijn. Beargumenteer onderling waarom dit zo is.

Vul het als volgt in:

XX = speciaal voor deze groep ontwikkeld en zeer geschikt voor de doelgroep

X = goed toepasbaar voor de doelgroep

– = niet of nauwelijks geschikt voor de doelgroep

 

 

Son-rise

Teacch

Geef me de 5

Vlaskamp

Mensen met autisme

 

 

 

 

 

Mensen met een licht verstandelijke beperking

 

 

 

 

Mensen met een zeer ernstige meervoudige beperking

 

 

 

 

Mensen met een psychiatrische stoornis

 

 

 

 

 

Ouderen met dementie

 

 

 

 

 

 

Daarna bespreken we het na met de klas

 

Opdracht 2: Doe deze opdracht in tweetallen.
Om de juiste methode te vinden bij een cliënt, moet je weten wat de methoden inhouden. Lees de casus en pas toe wat je weet over de verschillende methoden. Welke methode zou in dit geval het beste zijn?

 

CASUS

Rik komt elke dag op de dagbesteding voor mensen met een beperking, met veel verhalen over thuis en over wat hij onderweg heeft gezien. Het duurt zeker een uur voordat hij wil gaan zitten en koffie drinkt. Hij loopt onrustig heen en weer, wil niet aan zijn werk beginnen. Hij werkt op de structuurgroep met mensen met een stoornis in het autisme spectrum. Zijn collega’s hebben veel last van zijn onrust. Zijn begeleiders zouden hem graag helpen zijn onrust te verminderen. Ze hebben al geprobeerd om lijstjes en pictoborden met hem te maken, maar tot nu toe helpen ze niet.

 

Daarna nabespreken met de klas

 

 

Opdracht 3: Doe deze opdracht in tweetallen
Om de juiste methode te vinden bij een cliënt, moet je weten wat de methoden inhouden. Lees de casus en pas toe wat je weet over de verschillende methoden. Welke methode zou in dit geval het beste zijn?

CASUS

Rik komt elke dag op de dagbesteding voor mensen met een beperking, met veel verhalen over thuis en over wat hij onderweg heeft gezien. Het duurt zeker een uur voordat hij wil gaan zitten en koffie drinkt. Hij loopt onrustig heen en weer, wil niet aan zijn werk beginnen. Hij werkt op de structuurgroep met mensen met een stoornis in het autisme spectrum. Zijn collega’s hebben veel last van zijn onrust. Zijn begeleiders zouden hem graag helpen zijn onrust te verminderen. Ze hebben al geprobeerd om lijstjes en pictoborden met hem te maken, maar tot nu toe helpen ze niet.

 

Daarna nabespreken met de klas

 

Zelfstandig werken
Werken aan de opdrachten van thema 7 (eventueel nog thema 3 en 6).


Huiswerk voor volgende week: