Dijken: Stukken opgehoogd land die het land beschermen tegen water.
Eb: Het water staat laag. Er is meer land zichtbaar. Het tegenovergestelde van vloed.
NAP: Normaal Amsterdams Peil. Als iets boven het NAP ligt, overstroomt het land niet. Wanneer het onder NAP ligt, kan dit deel van het land overstromen.
Springvloed: Wanneer het verschil tussen eb en vloed het grootst is.
Stormvloed: Het water wordt omhoog gestuwd door een storm
Vloed: Het water komt hoog te staan, hierdoor kan het land overstromen. Het tegenovergestelde van eb.