De vierde les uit deze lessenserie is een practicum.
De lesdoelen zijn:
Tijdsduur: 45 minuten
Werkvorm: De proefjes worden gedaan in groepjes van vier kinderen.
Materialen: Digibord, waterbak van Nederland, blauwe en rode kleurstof.
U begint de les met de video, deze kunt u vinden onder docentenhandleiding, practicum, links. Dit filmpje herhaalt wat de kinderen de vorige les geleerd hebben. Na het filmpje haalt u samen met de leerlingen punten op die ze de vorige les geleerd. Deze schrijft u als op het (white)bord.
Vervolgens begint de les. U begint het klassikaal voordoen van een proefje. U kunt in de inleiding van de proefjes de waterbak gebruiken. De waterbak van Nederland, waarin u de rivieren en de zee kunt vullen met water. Vervolgens pakt u de twee soorten kleurstof. Gebruik voor de zee een blauwe kleurstof en voor de zoete rivieren een rode. U dient te vertellen dat Nederland grotendeels onder NAP ligt, dit hebben de leerlingen in een voorgaande les geleerd. Ook hebben de leerlingen geleerd dat Nederland wordt beschermt tegen het water door dijken. Voordat u verder gaat met de vloeistof legt u aan de kinderen uit dat door het broeikaseffect de aarde opwarmt. Wanneer de leerlingen nog niet van het broeikaseffect gehoord hebben, maakt u het makkelijker voor de leerlingen. U vertelt ze dat de aarde opwarmt. Hierdoor smelten de ijskappen. Daardoor komt er meer water in de zee en stijgt het waterpeil. Door water, met bijvoorbeeld een rode kleurstof, in de rivieren te gieten, zien de leerlingen dat het water uit de rivieren in de zee terechtkomt. Wanneer u het blauwe kleurstof in de zee toevoegt, zien de leerlingen dat er ook water vanuit de zee de rivieren instroomt. Als u nog meer water toevoegt, zorgt dit ervoor dat de delen in Nederland die laag liggen, overstromen. Zo zien de leerlingen de gevolgen van het stijgen het waterpeil. De leerlingen zien hoe belangrijk het is om Nederland te beschermen tegen het water. U vertelt dat het smelten van de ijskappen één van de oorzaken is voor het stijgen van het waterpeil. U meldt de kinderen dat beide oorzaken te maken hebben met het broeikaseffect. In proefje 1 gaan de leerlingen zelf een andere oorzaak onderzoeken.
Voor proefje een heeft u de volgende materialen nodig:
U verdeelt de klas in groepjes van vier. Ze beginnen met het maken van proefje 1.
De leerlingen gaan aan de slag met onderzoeken waardoor het waterpeil stijgt. Zij hebben in de introductie met de waterbak geleerd dat door het broeikaseffect de ijskappen smelten. De leerlingen zullen nu zelf de andere oorzaak gaan ontdekken. Allereerst gaan ze de glazen schaal met water vullen. Zij zetten een streepje bij het waterpeil. Hierna verwarmen zij een halfvolle pan met water op het fornuis. Wanneer het water kookt, nemen zij de pan van het fornuis en plaatsen de glazen schaal hier op. De leerlingen zullen zien dat door de warmte van het water in de pan het water boven het waterpeil komt te staan. Dit komt doordat het water uitzet bij hogere temperaturen. Dit verklaart de zeespiegelstijging door het broeikaseffect. Door opwarming van de aarde zet het zeewater uit, waardoor het hoger komt te staan. Deze verklaring zullen de leerlingen zien onder het kopje 'verwerking proefje 1’. U kunt altijd extra uitleg geven als de leerlingen het niet begrijpen of iets niet snappen.
In Wikiwijs zien ze wat zij moeten doen. Dit staat duidelijk aangegeven met een stappenplan. Er is dus geen verdere uitleg over de proefjes nodig. U vertelt de leerlingen dat zij per tafelgroepje een device krijgen waarop zij Wikiwijs moeten openen en op ‘Practicum’ moeten klikken. De leerlingen kunnen vanaf daar zelf aan de slag. U kunt helpen waar nodig.
Voor het tweede proefje wat de leerlingen gaan doen heb je de volgende materialen nodig:
De leerlingen zijn in dit proefje eigen baas over het water. Zij dienen zelf een dam te bouwen tegen het water volgens het volgende stappenplan:
In Wikiwijs zien ze wat zij moeten doen. Dit staat duidelijk aangegeven met een stappenplan. Er is dus geen verdere uitleg over de proefjes nodig.
Uw rol hierin is het controleren van de kinderen zodat zij serieus met dit proefje aan de slag gaan. Ook kunt u aan de kinderen vragen waarom zij de beslissing hebben genomen om de dam op deze manier te bouwen. Verder worden de kinderen geheel vrijgelaten.
Als afsluiting van de les vraagt u de kinderen terug wat zij gedaan hebben, en wat zij ervan geleerd hebben.