Les 1

De eerste les van deze lessenserie gaat over de watersnoodramp.

De lesdoelen voor de leerlingen zijn:

Begrippen les 1:

Tijdsduur: 45 minuten
Werkvorm: eerste deel klassikaal, tweede deel maken de leerlingen zelf de opdrachten.
Materialen: digibord en een device voor iedere leerling.

Wanneer u deze les wilt geven is het belangrijk dat u bepaalde programma’s al klaar heeft staan. De links naar deze programma’s vindt u onder Docentenhandleiding, Les 1, Links. De link naar Kahoot kunt u klaarzetten wanneer de kinderen zelfstandig aan het werk zijn.

U begint de les met de presentatie op Prowise. Om naar de volgende pagina van de Prowise te gaan, klikt u op de pijl in het scherm. De presentatie begint met een video, waarin we samen met de leerlingen door middel van een tijdmachine naar 1953 reizen. De video eindigt met de vraag: Wat is de watersnoodramp eigenlijk? In deze les gaan de leerlingen dat leren. Op de volgende dia staat een video. Deze video vertelt kort iets over de watersnoodramp en laat beelden zien uit 1953.

Op de volgende dia ziet u Google Earth staan. Deze link had u al geopend. U gaat naar het programma en zet de tour aan door op het driehoekje ‘play’ te klikken. Ook dit is weer een video om de oorzaken van de watersnoodramp te verklaren. De taak voor de docent is om de begrippen duidelijk te maken en ervoor te zorgen dat onduidelijkheden verklaard worden.

U komt bij een dia waar twee moeilijke begrippen, springvloed en stormvloed, nog een keer uitgelegd worden. Wanneer u op het blauwe vlak klikt, verdwijnt het blauwe vlak en staat het antwoord er. Als docent mag u kiezen of u de antwoorden gelijk laat zien, of dat u de vragen stelt aan de klas. Dit hangt af van het niveau van de klas. De dia hierna vertelt nog een keer waarom deze twee begrippen samen zorgden voor de watersnoodramp.

De volgende dia bestaat uit een mindmap. Het is de bedoeling om samen met de leerlingen te brainstormen over de gevolgen van de watersnoodramp. U kunt op het digibord met een pen in de daarvoor aangegeven vlakken de punten opschrijven. Niet alle vlakken hoeven vol. Dit hangt van de klas af. U mag natuurlijk altijd zelf extra hokjes maken.

De dia hierna bestaat uit de belangrijkste gevolgen. Dit zijn er drie, maar de leerlingen zullen waarschijnlijk wel meer gevolgen bedenken. Het is logisch dat deze niet op de volgende pagina staan. De gevolgen die op de pagina staan zijn het belangrijkst. Schenk hier voldoende aandacht aan.  

De volgende stap is dat de leerlingen zelfstandig met de stof aan de slag gaan. In Wikiwijs staat onder elke stap een stuk leertekst met daaronder opdrachten. De leerlingen krijgen in Wikiwijs gelijk te zien of hun antwoord goed of fout is. De enige rol die u hierbij hebt als docent is de leerlingen te helpen wanneer ze vragen hebben.

Om de les af te sluiten is er een Kahootquiz. U kunt hiermee beginnen wanneer (bijna) alle leerlingen klaar zijn, dat hangt van de tijd af. Op de Prowise-presentatie klikt u op het woord 'quiz'; u komt dan automatisch bij de quiz uit. Ook deze link staat onder Docentenhandleiding, Les 1, Links. De uitleg voor het gebruik van dit programma vindt u onder Docentenhandleiding, Vooraf. De leerlingen kunnen punten verdienen door het goed beantwoorden van de vragen. Ook speelt de snelheid een rol: hoe eerder je antwoordt, hoe meer punten je krijgt als het antwoord goed is. Het is aan uzelf of u de antwoorden wilt bespreken.