Les 3

De derde les van deze lessenserie gaat over de ruimte voor de rivier.

De lesdoelen voor de leerlingen zijn:

 

Begrippen les 3:

Tijdsduur: 45 minuten
Werkvorm: eerste deel klassikaal, tweede deel maken de leerlingen zelf de opdrachten. We sluiten de les af met een debat.
Materialen: digibord, een device voor iedere leerling, zakdoek, geel hestje.

Wanneer u deze les wilt geven is het belangrijk dat u bepaalde programma’s al klaar heeft staan. De links naar deze programma’s vindt u onder Docentenhandleiding, Les 3, Links.

U begint de les met de presentatie op Prowise. Om naar de volgende pagina van de Prowise te gaan, klikt u op de pijl in het scherm. De presentatie begint een pagina waar zes sterren opstaan. Het is de bedoeling dat u samen met de leerlingen dingen verzint die ze de vorige les over de Deltawerken geleerd hebben. Deze schrijft u achter elke ster. Als het binnen uw klas mogelijk is, kunt u ook zes verschillende leerlingen iets op laten schrijven wat ze geleerd hebben.

Op de volgende dia staat een video, waarin we weer samen met de leerlingen gaan tijdreizen. Dit keer komen we uit op een dijk bij een rivier. De video eindigt met de vraag: Waarom staat er een dijk naast de rivier? Kunnen deze ook overstromen? In deze les gaan de leerlingen dan ook leren welke maatregelen er zijn genomen zodat rivieren niet meer overstromen.

De volgende dia bestaat uit een vraag, namelijk de vraag: Wat kan er nog meer overstromen? U kunt ervoor kiezen om de kinderen zelf te laten brainstormen over wat er nog meer kan overstromen om vervolgens de antwoorden te laten zien. U kunt de antwoorden laten zien door op de blauwe vlakken te klikken. Ook kunt u ervoor kiezen om de antwoorden gelijk te laten zien en deze vervolgens met de klas te bespreken.

Daarna komt een dia met de kaart van Nederland. Dit is een oefening, waar de kinderen zien dat er in Nederland vrij veel water is. Deze oefening doet u klassikaal. U moet ervoor zorgen dat de gele vlakken op 'Zeeën en meren’, ‘Rivieren en kanalen’ en op ‘Standaard’ staat. Elke keer komt bovenin een rivier, zee, meer of kanaal te staan. Het is de bedoeling dat de leerlingen aangeven waar dit in Nederland ligt. Dit kan door op de drie golfjes te klikken. U krijgt gelijk het goede antwoord te zien.

Op volgende dia ziet wordt uitgelegd dat de dijken ervoor zorgen dat rivieren niet overstromen. Tevens wordt verteld dat er twee soorten dijken zijn. Schenk hier voldoende aandacht aan, dit zijn belangrijke begrippen.

Vervolgens ziet u een dia met een filmpje erop. Speel deze af tot 1 minuut en 50 seconden. Tot daar is de informatie relevant. Het filmpje gaat over de verschillende manieren hoe de dijken worden verstevigd en hoe er ruimte wordt gegeven aan de rivier.

De volgende stap is dat de leerlingen zelfstandig met de stof aan de slag gaan. In Wikiwijs staat onder elke stap een stuk leertekst met daaronder opdrachten. Wanneer de leerlingen klaar zijn met de opdrachten kunnen ze verder met de extra opdracht. De leerlingen krijgen in Wikiwijs gelijk te zien of hun antwoord goed of fout is. De enige rol die u hierbij hebt als docent is de leerlingen te helpen wanneer ze vragen hebben.

Wanneer de kinderen klaar zijn met de opdracht van les 3, wordt er overgegaan op het debat. Dit debat zal gaan over de belangen van de bewoners en het waterschap wat betreft het verplaatsen en bouwen van dijken. Deel de klas in twee groepen: de ene groep zijn bewoners, de andere groep zijn mensen van het waterschap. Als het goed is hebben de kinderen bij de opdracht van stap 3 argumenten bedacht. U kunt ervoor kiezen om de afzonderlijke groepen nog te laten overleggen en met elkaar hun argumenten uit te wisselen. Ook kunt u de leerlingen nog tijd geven om extra argumenten te bedenken. Besteed hier niet te veel tijd aan, want de leerlingen hebben zoals gezegd al argumenten bedacht. Wanneer u hier mee klaar bent, gaat het debat beginnen. Laat per keer één leerling als 'bewoner' en één leerling als 'waterschap' voor de klas staan. De 'bewoner' krijgt als symbool een zakdoek, omdat zij verdrietig zijn en niet weg willen uit hun huis. Het 'waterschap' krijgt als symbool een geel hestje aan, omdat zij de dijken bouwen. De twee kampen mogen nu gaan debatteren. U kunt als leraar het debat leiden en de leerlingen laten doordraaien, of bijvoorbeeld leerlingen uit het 'publiek' ook aan het woord laten.

Aan het eind van het debat bespreekt u dit met de leerlingen na. Wat ging er goed en wat nog niet? Wat waren goede argumenten? (Belangrijk voor de toets!) Bespreek ook de overige lesdoelen met de kinderen.