
Om bij de binnenkant van de aarde te komen zal je door een aantal aardlagen heen moeten. In de aarde zitten een aantal lagen: de aardkorst, de mantel en de kern.
Denk maar aan een perzik. Een perzik heeft ook meerdere lagen: het schilletje, het zachte dat je eet en de pit. Kijk maar eens naar het plaatje hieronder. Een perzik lijkt op de aarde, toch?

Het schilletje om de aarde heet de aardkorst.
Daar wonen wij op! Op de aardkorst ligt namelijk land, maar ook zee stroomt over de aardkorst.
Als je het schilletje van de aarde afhaalt, dan kom je bij de de mantel.
In de mantel is het heel warm! Het wordt namelijk steeds warmer wanneer je dieper de aarde in gaat. In de mantel is het soms wel meer dan 2000 graden!
Als je thuis een cake bakt, mag je vast niet dichtbij de oven komen omdat die zo warm is (ongeveer 180 graden).
De mantel is dus nog veel warmer!
In de mantel zit steen, maar het is er zo warm dat steen smelt en vloeibaar wordt.
Denk maar aan ijs. Als ijs smelt, wordt het water. Als steen smelt, dan noem je dit magma.
In het midden van de aarde zit een bolletje. Dit is eigenlijk de pit. Kijk maar naar het plaatje. De pit van de aarde heet de kern. De kern is zó hard, dat je er niet doorheen kan graven! In de kern is het nog warmer dan in de mantel, namelijk bijna 5000 graden.
Maak nu opdracht 1, 2 en 3.