
De patriciërs hadden in Rome een heel makkelijk leven. Ze hadden veel geld en slaven die al hun werk deden en ze woonden in grote huizen. Zo’n mooi groot huis noemde je een domus. In hun domus hadden ze vaak meerdere slaapkamers, een keuken en zelfs een badkamer met stromend water. De huizen van de patriciërs waren vaak versierd met prachtige schilderingen.

De middenklasse van de Romeinen, de plebejers, woonde in minder mooie huizen. Zij woonden vaak in huurhuizen van ongeveer 8 verdiepingen hoog. Deze huizen werden insula's genoemd. In één zo’n huis woonden meerdere families. Deze huizen waren vergelijkbaar met de flats van nu. In deze huizen waren vaak geen keukens of badkamers en er was alleen stromend water op de begane grond.
Nu denk je waarschijnlijk: hoe kan het dat de Romeinen al stromend water hadden? De Romeinen waren hun tijd al ver vooruit. Om ervoor te zorgen dat de stad genoeg water had, bouwden de Romeinen aquaducten. Dit waren een soort bruggen waar het water overheen stroomde. Over deze bruggen kon het water vanaf een meer of rivier helemaal naar de stad worden gebracht. De aquaducten waren soms wel 90 kilometer lang en ze werden soms wel drie verdiepingen hoog gebouwd. De aquaducten eindigden bij de openbare badhuizen, openbare toiletten, fonteinen en bij veel woonhuizen.
Een van de belangrijkste pleinen in Rome was het Forum Romanum. Dit plein vormde het centrum van de stad. Het Forum Romanum ligt tussen twee van de belangrijkste heuvels: het Capitolijn, waar de tempel van Jupiter stond, en de Palatijn, waar het keizerlijk paleis was gebouwd. In het begin was het Forum een groot marktplein. Om het marktplein lagen tempels, gebouwen waar rechtszaken werden opgelost en regeringsgebouwen. Aan de randen van het plein waren ook winkels. Op het plein stonden marktkramen waar allerlei producten werden verkocht en er werden sportwedstrijden gehouden. Later verdween de marktfunctie. Er waren toen alleen nog winkels langs de randen. Het Forum werd toen voornamelijk een statussymbool. Dat betekent dat de belangrijkste functie van het plein was om te laten zien hoe machtig het Romeinse rijk was geworden.
De meeste Romeinse burgers hadden veel vrije tijd. Behalve de slaven, begonnen de meeste mensen ‘s ochtends vroeg met werken en waren dan rond de lunch klaar voor de dag. Daarnaast waren er ongeveer 100 dagen per jaar waarop helemaal niet gewerkt werd. Dit waren feestdagen waarop de Romeinse leiders zorgden voor allerlei vermaak. Soms deden ze dat zelfs gratis zodat ook de arme mensen van het vermaak konden genieten.
Een van de dingen die de Romeinen graag deden in hun vrije tijd was het bezoeken van theater. Ze lachten om komedies en huilden om tragedies. De acteurs in het theater waren alleen mannen. Dit waren vaak slaven of slaven die waren vrijgelaten. Ze droegen fel gekleurde maskers en kleding, zodat het voor iedere toeschouwer duidelijk was wat ze voorstelden; bijvoorbeeld een held, een vrouw of een sukkel. Ook werden de stukken op drie verdiepingen tegelijkertijd gespeeld. De grootste theaters hadden plaats voor 27000 mensen.
Een andere vrijetijdsbesteding was een bezoekje aan het badhuis, de Romeinse thermen. De Romeinen die in huurhuizen woonden hadden thuis geen badkamer, dus gingen ze daar naartoe om zich te wassen. De entreeprijs was laag en kinderen mochten vaak zelfs gratis naar binnen. Ook gingen mensen naar het badhuis om te zwemmen, te sporten of te kletsen met vrienden of zakenpartners. Sommige mensen bleven uren in het badhuis, omdat ze het zo gezellig vonden.
Een dag in de thermen zag er vaak als volgt uit:
De Romeinen hielden ook van de shows die werden gehouden in amfitheaters. ‘s Ochtends werden gevechten gehouden tussen wilde dieren en in de middag waren er gevechten tussen gladiatoren. Gladiatoren waren dieven die tot de dood waren veroordeeld of slaven. Deze mannen werden in vechtscholen opgeleid tot gladiator. Ze leerden om te gaan met allerlei verschillende wapens.
De gladiatorengevechten gingen in principe door tot een van de gladiatoren overleed, maar soms kon een gewonde gladiator genade krijgen. Wanneer een gladiator heel goed werd en veel gevechten won, werd hij soms vrijgelaten en kreeg hij een geldprijs. Het grootste amfitheater was het Colosseum. Het Colosseum had vijf tribunes die plaats boden aan zo’n 50.000 toeschouwers. Er waren grote zonneschermen gemaakt van zeildoek om de toeschouwers te beschermen tegen de zon en het theater kon zelfs onder water worden gezet om zeeslagen na te spelen.
Ten slotte konden de Romeinen ook een dag naar de renbaan, het Circus Maximus. Hier werden wedstrijden gehouden met paard en wagen. Als alle plaatsen bezet waren, keken er 380.000 mensen naar de race. Tijdens de races, die strijdwagenrennen werden genoemd, galoppeerden teams van menners en paarden zeven rondjes over een ovale baan. Tijdens de races ging het er hard aan toe. Wagens kiepten nogal eens om waarbij mensen en paarden gewond raakten en soms zelfs overleden. De toeschouwers werden soms zo opgewonden en fanatiek dat ze met elkaar gingen vechten.