BETOOG - lezen & herkennen

 

Wat is een betogende tekst, hoe herken je die en hoe kun je zo'n soort tekst goed begrijpen? Dat zijn de belangrijkste vragen, waarop je een antwoord zult krijgen in deze paragraaf. Een betogende tekst is een overtuigende tekst.

De schrijver van een overtuigende tekst wil graag, dat je zijn of haar mening deelt na het lezen van de tekst. De auteur wil zijn of haar 'gelijk' halen, hij/zij wil graag, dat je het eens bent met de tekst en daarvoor gebruikt hij of zij argumenten.

In deze paragraaf vind je oefeningen, waarbij je betogen leest en leert (her)kennen.

In deze paragraaf krijg je ook een theoretisch overzicht van vaste tekststructuren en verschillende tekstsoorten.

Wat zijn argumenten? Bekijk de uitleg hieronder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zakelijke teksten bestaan uit drie delen: inleiding, middenstuk, slot. Elk deel heeft zijn eigen functie (taak) binnen de tekst. Een betoog, een overtuigende tekst, is ook een zakelijke tekst, die je in drie delen verdeelt.

De inleiding van een betoog

Alinea een, soms ook twee (en soms zelfs ook nog drie) van het betoog vormen de inleiding. De inleiding herken je aan

1) inhoudelijke en

2) typografische kenmerken

 

1) inhoudelijke kenmerken

De inleiding introduceert het onderwerp op een aantrekkelijke manier. De inleiding trekt de aandacht van de lezer met behulp van:

- historische feiten

- actuele feiten (bijvoorbeeld de aanleiding om de tekst te schrijven)

- het belang voor de lezer

- een voorbeeld

- een anekdote

 

De inleiding geeft aan wat het onderwerp van de tekst is. In een betoog staat in de inleiding de stelling (het standpunt, de mening) die de schrijver verdedigt; dat is ook de hoofdgedachte van de tekst.

Een stelling geeft duidelijk aan, wat de auteur vindt van een bepaalde kwestie. Een goede stelling is duidelijk en eenduidig. Je kunt beter geen ontkennende woorden gebruiken in een stelling, om verwarring te voorkomen. Gebruik dus vooral niet de woorden niet of geen!  Een stelling is controversieel, oftewel, je kunt het eens of oneens zijn met een duidelijke stelling, je kunt voor of tegen zijn.

De inleiding geeft soms ook de opbouw van de tekst aan en noemt dan welke deelonderwerpen er aan de orde komen.

 

2) typografisch...

 

TOEVOEGEN - korte uitleg over de indeling. Verder uitdiepen in volgende paragrafen.

 

 

In een stelling wordt een uitspraak of bewering over een onderwerp gedaan.

Met een standpunt geef je je mening over die stelling.

 

Voorbeeld:

Stelling:        De regering heeft een goed milieubeleid.

Standpunt:  Ik vind dat de regering geen goed milieubeleid voert.

Standpunten herken je aan signaalwoorden als: ik vind, volgens mij, kortom, alles bij elkaar genomen denk ik dat, dus.

En om een standpunt hard te maken zal een schrijver komen met een aantal argumenten (= de argumentatie) om je te overtuigen.

Voorbeelden:

Argumenten:

Standpunt en mening vallen nog al eens samen. De stelling is dan zo geformuleerd dat het standpunt (mening van de schrijver) gelijk duidelijk is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We onderscheiden drie soorten standpunten: positief, negatief en twijfel.


Objectieve/feitelijke en subjectieve/waarderende argumenten

Argumenten zijn feitelijk/objectief of niet- feitelijk/subjectief.

– Een objectief/feitelijk argument is waar of onwaar en hoeft niet onderbouwd te worden.

 

Voorbeeld
Ik ga morgen naar de film kijken in Luxor, want die bioscoop is bij mij om de hoek.

– Over een subjectief/waarderend argument kun je van mening verschillen en daarom moet zo’n argument ondersteund worden.

 

Voorbeeld
Ik ga morgen naar de film kijken in Luxor, want die bioscoop vind ik veel prettiger.

Het argument ’want die bioscoop is bij mij om de hoek’ is waar of niet waar en behoeft geen ondersteuning.

Met het argument ‘want die bioscoop vind ik veel prettiger’ zal niet iedereen het eens zijn en dat argument behoeft ondersteuning. Argumenten die je daarvoor zou kunnen aanvoeren zijn bijvoorbeeld: ‘de stoelen zijn er erg prettig’ en ‘op elke stoel heb je goed zicht op het filmdoek’.

 

Vaak herken je argumenten aan signaalwoorden. Woorden als want, omdat, en immers geven aan dat er een argument volgt.

Een argument dat laat zien dat een argument zwak of onwaar is noemen we een tegenargument. Dit wordt vaak voorafgegaan door een signaalwoord dat een tegenstelling aangeeft, zoals maar of echter

Door hier weer een opmerking tegenover te plaatsen, kan het tegenargument weer weerlegd worden. Dit heet dan ook een weerlegging

Dus: Standpunt - argument(en) - tegenargument(en) - weerlegging - conclusie (= standpunt, maar in andere bewoordingen).

 

Voorbeeld argumentatie:

(Standpunt:) Het is fijn dat de aarde opwarmt, want dan kunnen we in ons eigen land lekker veel zonnen (argument voor). Maar de kans dat je huidkanker krijgt, wordt daardoor wel een stuk groter (tegenargument). Als je je echter genoeg insmeert met zonnebrandolie en niet te lang in de zon blijft, is er niets aan de hand (weerlegging).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meningsverschillen

 

Er is sprake van een meningsverschil als twee of meer partijen elkaars standpunt over eenzelfde onderwerp niet delen: ze hebben niet dezelfde mening. Meningsverschillen kun je oplossen of beslechten.

 

Beslechten

Bij het beslechten van een meningsverschil wordt er wel een beslissing genomen, maar de partijen overtuigen elkaar niet. Het probleem is niet echt opgelost. Beslechten kan op verschillende manieren:

 

    dreigen met geweld (bedenk zelf een voorbeeld)

    chanteren (bedenk zelf een voorbeeld)

    stemmen (bedenk zelf een voorbeeld)

    loten (bedenk zelf een voorbeeld)

    arbitrage vragen (bedenk zelf een voorbeeld)

 

Een meningsverschil is opgelost als een van de partijen zijn standpunt verandert en het standpunt van de andere partij overneemt. Soms is de oplossing een compromis, een tussenoplossing. Beide partijen passen hun standpunt een beetje aan in dat geval. De oplossing is dan een nieuw, gezamenlijk standpunt.

Uitspraken waarmee je je eigen standpunt verdedigt, of waarmee je het standpunt van een ander aanvalt, noem je argumenten. Argumenten kunnen voor of achter het standpunt staan in de zin.

 

Argumenten voor een bepaald standpunt zijn antwoorden op de vraag:

Waarom heb ik deze mening?

Argumenten tegen een bepaald standpunt (tegenargumenten) zijn antwoorden op de vraag:

Waarom ben ik het oneens met deze mening?

Je herkent argumenten vaak aan signaalwoorden (want, omdat, aangezien, immers).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Argumentatiestructuren

 

Dit zijn de basisstructuren van argumentatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bestudeer de teksten hieronder.

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht: vergelijk drie betogende teksten

 

  1. Lees de teksten en verklaar de onderstreepte woorden.
  2. Als je meer woorden niet kent, schrijf die dan ook op en verklaar ze.​                                                  Geef per tekst (1, 2 en 3) antwoord op de volgende vragen:
  3. Wat is het onderwerp van de tekst?
  4. Wat is de mening van de schrijver over het onderwerp? (Noteer waar je die in de tekst gevonden hebt.)
  5. Met welke argumenten onderbouwt de schrijver zijn/haar mening? (Waar heb je die gevonden?)
  6. Hoe zijn mening en argumenten met elkaar verbonden?
  7. Hoe zijn de argumenten met elkaar verbonden?
  8. Heeft de schrijver een tegenargument in de tekst verwerkt? Zo ja, wat is dat tegenargument dan? (Waar staat het in de tekst?)
  9. Wordt het tegenargument weerlegd? Zo ja, hoe? (Waar staat dat in de tekst?)
  10. Wat is de hoofdgedachte van iedere tekst?
  11. Welke van de drie teksten vind je het beste betoog en waarom? Geef dus je mening en onderbouw die met feitelijke argumenten.

 

Tekst 1

In beweging 

1) Tijdens zijn bezoek aan Zweden deze week heeft paus Franciscus gesproken over migratie. Hij zei mooie en ware woorden, zoals dat het onmenselijk is om deuren en harten te sluiten voor vluchtelingen, die even snel als ze werden uitgesproken schouderophalend zullen worden gearchiveerd als morele mooipraterij die nu eenmaal de core-business is van een spiritueel leider. Het zou veel te ongemakkelijk en confronterend zijn om werkelijk naar die woorden te luisteren. En toen zei hij iets anders, dat evenmin voor opschudding zorgde, maar dat als je er goed over nadenkt verregaande consequenties heeft. „Europa is groot geworden,” zei hij, „dankzij een voortdurende integratie van culturen. Het sluiten van grenzen is een schending van het recht op mobiliteit en dat is een fundamenteel mensenrecht.” 
 
2) Ongeveer tegelijkertijd werden wij in Nederland opgeschrikt door het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan de overheid om met onmiddellijke ingang af te zien van het gebruik van de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’. Het ooit als eufemisme bedoelde woord ‘allochtoon’ is in de spreektaal een scheldwoord geworden. Bovendien is het begrip zo ruim gedefinieerd dat het onbruikbaar is. Een allochtoon is iemand die in het buitenland is geboren of iemand die minstens één ouder heeft die in het buitenland is geboren. Dat is een gigantische en zeer diverse groep. „Als dat toch nodig is,” stelt de WRR, „bijvoorbeeld bij bevolkingsstatistieken, dan spreken we over inwoners met een migratieachtergrond en inwoners met een Nederlandse achtergrond. Ook kinderen van migranten kunnen vallen onder inwoners met een migratieachtergrond.”        
 
3) Je vraagt je af wat we hiermee opschieten. Het nieuwe begrippenpaar is precies net zo ruim gedefinieerd als het oude. Wat de WRR natuurlijk niet kan zeggen, maar wat wel waar is, is dat we behoefte hebben aan termen die onderscheid maken tussen buitenlanders die geen problemen geven, zoals de Japanse oogarts, de Surinaamse kleuterleidster, de Argentijnse paus en de Argentijnse koningin, en kutmarokkanen. Er zijn nu eenmaal inwoners met een migratieachtergrond die we wel willen hebben en inwoners met een migratieachtergrond die een probleem vormen dat we moeten benoemen. En voor dat benoemen hebben we een woord nodig. 
 
4) Het maakt niet uit welke terminologie de WRR voorschrijft, want het zal altijd gaan over de tweedeling tussen ‘wij‘ en ‘zij’. Wij horen hier en zij zijn de anderen. Wij bepalen de regels en zij moeten zich aanpassen. Sommigen van hen willen we best als de onzen beschouwen, want we hebben een groot hart, maar dat gebeurt op onze voorwaarden en zij dienen zich daarnaar te schikken, want dit is ons land. 
 
5) Daar zit het probleem, in die tweedeling. Het pijnlijke punt is niet dat ‘allochtoon’ een scheldwoord is geworden en dat we behoefte hebben aan een ander begrippenpaar, maar dat we überhaupt behoefte hebben aan een begrippenpaar. Want de paus heeft gelijk. Europa is groot geworden door een voortdurende vermenging van culturen. Migratie is niet alleen een fundamenteel mensenrecht, maar ook een constante in de geschiedenis van de mensheid en als zodanig een positieve factor voor progressie en ontwikkeling. Als we verder terugkijken dan één generatie, zijn wij allemaal inwoners met een migratieachtergrond. Geen enkele Nederlander heeft een voorgeslacht dat zolang de geschiedenis zich kan heugen altijd een eeuwig is ontsproten uit Nederlandse klei. 
 
6) Het wordt tijd om te beseffen dat zij net zo zijn als wij en dat we daarom beter over ons kunnen spreken als een mensheid die immer in beweging is. 
 
Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en dichter.       

Dit artikel is verschenen in de nrc.next van vrijdag 4 november op pagina 16 

http://zoeken.nrc.nl/article-locations?locations=%7B%22channel%22%3A%22losse-artikelen%22%2C%22medium%22%3A%22web%22%7D&redirect=true&urn=urn%3AX-nl-nrc-article%3ANN%3Agn4%3A5121841
 
 
 
Tekst 2
 
Dat een vrouw doortastend is, zou geen nieuws moeten zijn 
 

 

Mantel analyseerde de politieke berichtgeving van vier Nederlandse kranten en concludeert dat ook hier de media zich schuldig maken aan het seksistisch beschrijven van vrouwelijke politici. 
 
1) Dinsdag wordt mogelijk de eerste vrouwelijke Amerikaanse president ooit verkozen. De laatste tijd is er veel geschreven over de manier waarop de media berichten over vrouwelijke politici. Voornamelijk de journalistieke berichtgeving over Hillary Clinton, Angela Merkel en Theresa May is onderwerp van discussie. De conclusie? Seksisme is de journalistieke en politieke wereld nog lang niet uit. 
 
2) Uit buitenlandse onderzoeken blijkt dat vrouwelijke politici gemiddeld minder politiek-inhoudelijke media-aandacht krijgen dan mannelijke politici, ze worden vaker beoordeeld op hun uiterlijk en worden meer bij hun voornaam genoemd. Hoe zit dit eigenlijk in Nederland? Gaan Nederlandse dagbladen even ongelijk om met mannelijke en vrouwelijke politici als buitenlandse kranten lijken te doen, of zijn wij al een stapje verder op de emancipatieladder
 
3) Om uit te zoeken hoe het staat met de journalistieke berichtgeving over onze eigen vrouwelijke politici heb ik vier grote Nederlandse dagbladen ( NRC Handelsblad de Volkskrant De Telegraaf en Algemeen Dagblad ) erbij gepakt en artikelen van de afgelopen vijf jaar over vrouwelijke ministers vergeleken met die over mannelijke ministers. Waar de Britse kranten Theresa May karakteriseren als ‘een kinderloze schoenenliefhebber’, lijken de Nederlandse dagbladen op het eerste oog gematigder. Maar wanneer we verder kijken, zien we dat we in Nederland nog helemaal niet zo gewend zijn aan vrouwelijke politici als wij misschien zelf denken. 
 
4) De artikelen noemen namelijk het geslacht van een minister gemiddeld meer dan twee keer zo vaak wanneer het een vrouw betreft. Wanneer het geslacht van een mannelijke minister wel wordt benoemd, gebeurt dat in de meeste gevallen bovendien terloops. Zo is Edith Schippers ‘de machtigste vrouw van het Binnenhof’ (nadruk op vrouw) en is Jan Kees de Jager ‘de populairste bewindsman van het CDA’ (nadruk op populairste). 
 
5) Hoe komt het toch dat we het blijkbaar noemenswaardig vinden wanneer een minister een vrouw is? Een verklaring hiervoor is dat een vrouwelijke minister vaak de eerste vrouw is in haar functie. Jeanine Hennis-Plasschaert is bijvoorbeeld ‘de eerste vrouw op Defensie’ en dat willen journalisten graag benoemen: dagbladen zijn er immers om nieuwswaardigheden te vermelden. 
 
6) De verschillen tussen de berichtgeving over mannelijke en vrouwelijke ministers hebben echter niet alleen te maken met het wel of niet benoemen van het geslacht van een politicus. Wanneer we kijken naar de manier waarop vrouwelijke ministers worden omschreven, dan komen woorden als ‘daadkrachtig’, ‘vastberaden’ en ‘gedreven’ het meest voor. Vrouwelijke ministers worden vrijwel zonder uitzondering neergezet als harde doorzetters. Alhoewel de specifieke invulling van deze typering verschilt per minister (Edith Schippers is bijvoorbeeld een koude vrouw die hard is voor anderen, terwijl Marja van Bijsterveldt een warme vrouw is die hard is voor zichzelf), worden vrouwelijke ministers vooral als ‘doorzetter’ geframed
 
7) Kijken we naar artikelen over mannelijke ministers, dan zit er vrijwel geen eenheid in de manier waarop zij omschreven worden: Hans Hillen is ‘grappig’, maar Henk Kamp is ‘saai’ en Ard van der Steur is ‘toegankelijk’, terwijl Lodewijk Asscher ‘zakelijk’ is. 
 
8) Kortom, de manier waarop mannelijke ministers worden neergezet, kent een aanzienlijk grotere diversiteit dan de manier waarop vrouwelijke ministers geportretteerd worden. 
 
9) Nu denkt u misschien: zeg, feminist, doe niet zo moeilijk – het is toch positief om een doorzetter genoemd te worden? Klopt, maar wanneer er hierdoor geen ruimte overblijft voor de nuance en diversiteit die we wel zien in de artikelen over mannelijke ministers, dan is het maar de vraag hoeveel een dergelijke karakterisering echt bijdraagt aan de gelijkwaardige behandeling van vrouwelijke en mannelijke politici. 
 
10) In vergelijking met buitenlandse politici lijken vrouwelijke ministers in Nederlandse dagbladen echter minder ‘traditioneel’ gestereotypeerd te worden. De Nederlandse artikelen over vrouwelijke ministers gaan namelijk nergens uitgebreid op uiterlijkheden in: mannelijke en vrouwelijke ministers worden even vaak met ‘u’ aangesproken en vrouwelijke ministers worden zelfs iets vaker bij hun achternaam genoemd dan mannelijke ministers. 
 
11) Maar toch: het is veelzeggend dat in een artikel over minister Schippers een zin staat als: ‘Edith gedraagt zich dan ook niet als vrouw.’ Hard en direct optreden is blijkbaar nog tot op zeker hoogte ‘onvrouwelijk’. 
 
12) Volgend jaar vinden er ook in Nederland verkiezingen plaats en de media kunnen van grote invloed zijn op de uitkomst. Wij moeten ons er daarom van bewust zijn dat genderframing een rol speelt in de manier waarop er over mannelijke en vrouwelijke ministers wordt geschreven. Want zolang een zin als ‘Edith gedraagt zich dan ook niet als vrouw’ in de krant kan staat, heeft ook Nederland nog werk te verrichten. 
 
Hanneke Mantel studeerde kunstgeschiedenis en Nederlands (met als specialisatie cognitieve linguïstiek). 

Dit artikel is verschenen in de nrc.next van donderdag 3 november op pagina 30 

http://zoeken.nrc.nl/article-locations?locations=%7B%22channel%22%3A%22losse-artikelen%22%2C%22medium%22%3A%22web%22%7D&redirect=true&urn=urn%3AX-nl-nrc-article%3ANN%3Agn4%3A5087807

 

Tekst 3

 

Vranckx is de beste         

1) Het is op deze plaats wel eens eerder vastgesteld: de beste oorlogsverslaggever in het Nederlands taalgebied is op dit moment Rudi Vranckx, die zowel voor de VRT als de NOS bericht over de slag om Mosul. 
 
2) Er zijn meer verslaggevers die het risico nemen om mee te gaan met de opmars van de Iraakse en Koerdische militairen naar de IS-stad, al heb ik Hans Jaap Melissen en Sander van Hoorn al een tijdje niet meer in de buurt van het front gezien. Er zijn ook meer verslaggevers die soepel in een tunnel kunnen glijden die deel uitmaakt van het ondergrondse netwerk van IS. 
 

3) Vranckx is de eerste die ik goed hoorde uitleggen dat het niet zo moeilijk zal zijn om op te rukken tot aan de oever van de Tigris, maar een heksentoer om het aan de overkant gelegen stadscentrum te bevrijden, als zich daar duizenden militanten hebben verschanst, klaar voor de stadsguerrilla

4) Maar wat zijn verslaggeving in Nieuwsuur echt uniek maakt is een reportage over een voormalige kindsoldaat van IS, zoals er nog vele anderen zullen worden aangetroffen. De consequenties van wat hen is overkomen zullen zeer schadelijk zijn, te beginnen voor henzelf. 

5) De Jezidi-jongen heet Salaam en vertelt in zijn eigen taal relatief onbewogen wat hij heeft meegemaakt. Op zijn 1veertiende werd hij ontvoerd naar Raqqa en daar systematisch mishandeld. Er werden tegels op zijn hoofd stuk geslagen, terwijl zijn handen vastgebonden waren. Als je met sigaretten werd betrapt, hakten ze twee vingers af. Ieder kind kreeg een eigen laptop en cd-speler en moest verplicht urenlang kijken naar moordpartijen: hoofd in een hoopje zand, en dan werd het afgehakt alsof het van een schaap was. Ze moesten leren een moordmachine te worden en kregen te horen: „Als jullie ze niet afmaken, dan maken wij jullie af.” 

6) Het zijn verhalen die overeenkomst vertonen met die van kindsoldaten in Afrika. Maar in Irak en Syrië lijkt nog geen begin te zijn van een opvang die van de stakkers weer mensen zou kunnen maken. 

7) Het prachtige van die reportage van Vranckx is de doeltreffende simpelheid, gewoon een verhaal dat vers van de lever direct wordt verteld. Als je het vergelijkt met de reportage verderop in dezelfde aflevering van Nieuwsuur , over de jonge Deense fotograaf Daniel Rye, die dertien maanden in gevangenschap van IS doorbracht, dan is die laatste veel minder effectief

8) Dat komt niet alleen doordat de Deen beter behandeld werd en uiteindelijk voor een losgeld van 2,4 miljoen euro vrijkwam, maar vooral omdat de context afleidt. Er is een boek over Rye geschreven, en hij krijgt een mensenrechtenprijs, die in een deftig hotel met champagne wordt overgoten. Dat zijn zaken die afleiden van de kern. In dit geval is die kern wellicht dat de Amerikaanse en Britse staatsburgers met wie Rye zijn cel deelde, het veelal niet kunnen navertellen. Hun familie is het bij wet verboden om over een losprijs te onderhandelen. 

9) En dan ben je ten dode opgeschreven. Een ander verhaal dus. Maar ik voelde er veel minder bij. 

Hans Beerekamp 


Dit artikel is verschenen in de nrc.next van donderdag 3 november op pagina 10 

http://zoeken.nrc.nl/article-locations?locations=%7B%22channel%22%3A%22losse-artikelen%22%2C%22medium%22%3A%22web%22%7D&redirect=true&urn=urn%3AX-nl-nrc-article%3ANN%3Agn4%3A5102226

 

 

 

 

 

Argumentatiestructuren

 

Bestudeer de theorie.

Bekijk de filmpjes met uitleg.

Controleer of je de theorie hebt begrepen door de oefeningen te maken (via Cambiumned), klik op de links.

Argumenteren, de basis

Argumentatiestructuren https://youtu.be/qERc61OzLfM

 

Bestudeer het SCHEMA basisvormen van argumentatie:


Enkelvoudige argumentatie

Je onderbouwt je standpunt met één argument.

standpunt
argument

Voorbeeld:

Zij moet de opvolgster worden van onze coach,
want zij heeft al veel ervaring.

Meervoudige argumentatie
Bij een meervoudige argumentatie gebruik je twee of meer argumenten. De argumenten zijn gelijkwaardig en kun je onderling van plaats verwisselen.

standpunt
argument argument argument

Voorbeeld:

Zij moet de opvolgster worden van onze coach,
want zij heeft al veel ervaring, zij heeft een positieve uistraling, bovendien willen we een vrouwelijk coach.

Onderschikkende argumentatie
Bij een onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een reeds genoemd argument.

Standpunt
argument
argument

Voorbeeld:

Zij  is de juiste persoon voor die baan van boekverkoopster.
Zij heeft ruime ervaring in die branche.
Ze heeft namelijk al twee jaar bij een Libris boekhandel gewerkt

 

Nevenschikkende argumentatie
Bij nevenschikkende argumentatie vormen twee deelargumenten samen een argument. De argumenten onderbouwen samen het standpunt. Alleen in combinatie hebben ze kracht.

standpunt
argument —↑— argument

Voorbeeld:

Je moet minder patat en frikandellen eten.
              ↑
Dit kost je knap wat veel geld in de week. —↑—     Je komt niet uit met je zakgeld.

Naast deze vier basisvormen bestaat er nog een combinatie van de meervoudige en onderschikkende argumentatie, namelijk de meervoudige onderschikkende argumentatie.

standpunt
argument argument argument
 
argument   argument

Voorbeeld:

Kinderen onder de 13 moeten geen energiedrankjes drinken.
Ze zijn ongezond Ze kosten geld Ze beïnvloeden het gedrag.
 
Het kan overbelasting van het hart veroorzaken.   Kinderen reageren heftig, gaan stuiteren.

 

Argumentatiestructuren, oefening (1)

Argumentatiestructuren, oefening (2)

 

 

Drogredenen

Bestudeer de theorie.

Bekijk de filmpjes met uitleg.

Klik op de links en controleer (via Cambiumned) of je de theorie hebt begrepen.

 

 

 

Foute argumentaties noemen we ook wel drogredenen. We bespreken de volgende drogredenen:

 

Het onjuist gebruik van een argumentatieschema

1 De onjuiste oorzaak – gevolgrelatie
Er wordt tussen twee zaken een oorzaak-gevolgrelatie gelegd, terwijl die er niet is.
Veel ouderen die op een e-bike rijden hebben een ongeval gehad, dus is het rijden met een e-bike gevaarlijk.

2 De verkeerde vergelijking
Je vergelijkt onterecht twee zaken met elkaar.
Volgens de NS hoeft in de sprinter geen wc te zitten. In een bus zit die toch ook niet.

3 De overhaaste generalisatie
Op grond van een of een enkel voorval wordt er een conclusie getrokken die voor alle gevallen geldt.
Mijn opa dronk elke dag een paar glazen jenever en is 98 jaar geworden, alcohol drinken is dus helemaal niet ongezond.

4 De cirkelredenering
Bij een cirkelredenering is het argument een herhaling van het standpunt, alleen anders geformuleerd.
God bestaat omdat het in de bijbel staat, en wat in de bijbel staat is waar omdat het Gods woord is.

Het onjuist gebruik van een discussieregel

5 De persoonlijke aanval
Je valt de persoon aan en niet zijn argument(en).
Wat weet jij van nu gezondheid, jij weegt zelf 105 kilo!

6 Het ontduiken van de bewijslast
Je keert de bewijslast om en laat de tegenpartij het tegendeel bewijzen.
Dat hoef ik niet te bewijzen, dat ís gewoon zo!

7 Het vertekenen van een standpunt
Je legt de tegenpartij woorden in de mond waarvan de onjuistheid moeilijk is te bewijzen.
Ga jij niet mee naar de wedstrijd? Dus jij gaat je lekker zitten vervelen in je eentje?

8 Het bespelen van het publiek
Je beweert zaken waartegen iemand moeilijk kan ingaan.
Je bent toch niet goed bij je hoofd als je daar wil wonen.

9 Een onjuist beroep op autoriteit
Je beroept je op een bekend persoon, maar die persoon hoeft van het onderwerp helemaal niets af te weten of hij heeft belang bij de zaak.
Condooms verergeren de verspreiding van aids, want dat zegt de paus.

oefening drogredenen klik hier (1)

oefening drogredenen klik hier (2)

Drogredenen https://youtu.be/EBEZJm3ozIA

Drogredenen, vervolg (1) https://youtu.be/oTezo572RQ0

Drogredenen, vervolg (2) https://youtu.be/VJzb4RjPxx0

 
 
Gepubliceerd op 18 april 2016
 

Een vlammend betoog schreef Phaedra Werkhoven over de prestatiedruk die ouders hun kinderen opleggen. In De Taalstaat op NPO Radio 1 vertelt ze over deze nooit-goed-genoeg-ouders. Hoe kun je een betoog laten 'vlammen' volgens jou?

Een vlammend betoog