Wat is een betogende tekst, hoe herken je die en hoe kun je zo'n soort tekst goed begrijpen? Dat zijn de belangrijkste vragen, waarop je een antwoord zult krijgen in deze paragraaf. Een betogende tekst is een overtuigende tekst.
De schrijver van een overtuigende tekst wil graag, dat je zijn of haar mening deelt na het lezen van de tekst. De auteur wil zijn of haar 'gelijk' halen, hij/zij wil graag, dat je het eens bent met de tekst en daarvoor gebruikt hij of zij argumenten.
In deze paragraaf vind je oefeningen, waarbij je betogen leest en leert (her)kennen.
In deze paragraaf krijg je ook een theoretisch overzicht van vaste tekststructuren en verschillende tekstsoorten.
Wat zijn argumenten? Bekijk de uitleg hieronder.

Zakelijke teksten bestaan uit drie delen: inleiding, middenstuk, slot. Elk deel heeft zijn eigen functie (taak) binnen de tekst. Een betoog, een overtuigende tekst, is ook een zakelijke tekst, die je in drie delen verdeelt.
De inleiding van een betoog
Alinea een, soms ook twee (en soms zelfs ook nog drie) van het betoog vormen de inleiding. De inleiding herken je aan
1) inhoudelijke en
2) typografische kenmerken
1) inhoudelijke kenmerken
De inleiding introduceert het onderwerp op een aantrekkelijke manier. De inleiding trekt de aandacht van de lezer met behulp van:
- historische feiten
- actuele feiten (bijvoorbeeld de aanleiding om de tekst te schrijven)
- het belang voor de lezer
- een voorbeeld
- een anekdote
De inleiding geeft aan wat het onderwerp van de tekst is. In een betoog staat in de inleiding de stelling (het standpunt, de mening) die de schrijver verdedigt; dat is ook de hoofdgedachte van de tekst.
Een stelling geeft duidelijk aan, wat de auteur vindt van een bepaalde kwestie. Een goede stelling is duidelijk en eenduidig. Je kunt beter geen ontkennende woorden gebruiken in een stelling, om verwarring te voorkomen. Gebruik dus vooral niet de woorden niet of geen! Een stelling is controversieel, oftewel, je kunt het eens of oneens zijn met een duidelijke stelling, je kunt voor of tegen zijn.
De inleiding geeft soms ook de opbouw van de tekst aan en noemt dan welke deelonderwerpen er aan de orde komen.
2) typografisch...
TOEVOEGEN - korte uitleg over de indeling. Verder uitdiepen in volgende paragrafen.
In een stelling wordt een uitspraak of bewering over een onderwerp gedaan.
Met een standpunt geef je je mening over die stelling.
Voorbeeld:
Stelling: De regering heeft een goed milieubeleid.
Standpunt: Ik vind dat de regering geen goed milieubeleid voert.
Standpunten herken je aan signaalwoorden als: ik vind, volgens mij, kortom, alles bij elkaar genomen denk ik dat, dus.
En om een standpunt hard te maken zal een schrijver komen met een aantal argumenten (= de argumentatie) om je te overtuigen.
Voorbeelden:
Argumenten:
Standpunt en mening vallen nog al eens samen. De stelling is dan zo geformuleerd dat het standpunt (mening van de schrijver) gelijk duidelijk is.

We onderscheiden drie soorten standpunten: positief, negatief en twijfel.
Objectieve/feitelijke en subjectieve/waarderende argumenten
Argumenten zijn feitelijk/objectief of niet- feitelijk/subjectief.
– Een objectief/feitelijk argument is waar of onwaar en hoeft niet onderbouwd te worden.
Voorbeeld
Ik ga morgen naar de film kijken in Luxor, want die bioscoop is bij mij om de hoek.
– Over een subjectief/waarderend argument kun je van mening verschillen en daarom moet zo’n argument ondersteund worden.
Voorbeeld
Ik ga morgen naar de film kijken in Luxor, want die bioscoop vind ik veel prettiger.
Het argument ’want die bioscoop is bij mij om de hoek’ is waar of niet waar en behoeft geen ondersteuning.
Met het argument ‘want die bioscoop vind ik veel prettiger’ zal niet iedereen het eens zijn en dat argument behoeft ondersteuning. Argumenten die je daarvoor zou kunnen aanvoeren zijn bijvoorbeeld: ‘de stoelen zijn er erg prettig’ en ‘op elke stoel heb je goed zicht op het filmdoek’.
Vaak herken je argumenten aan signaalwoorden. Woorden als want, omdat, en immers geven aan dat er een argument volgt.
Een argument dat laat zien dat een argument zwak of onwaar is noemen we een tegenargument. Dit wordt vaak voorafgegaan door een signaalwoord dat een tegenstelling aangeeft, zoals maar of echter.
Door hier weer een opmerking tegenover te plaatsen, kan het tegenargument weer weerlegd worden. Dit heet dan ook een weerlegging.
Dus: Standpunt - argument(en) - tegenargument(en) - weerlegging - conclusie (= standpunt, maar in andere bewoordingen).
Voorbeeld argumentatie:
(Standpunt:) Het is fijn dat de aarde opwarmt, want dan kunnen we in ons eigen land lekker veel zonnen (argument voor). Maar de kans dat je huidkanker krijgt, wordt daardoor wel een stuk groter (tegenargument). Als je je echter genoeg insmeert met zonnebrandolie en niet te lang in de zon blijft, is er niets aan de hand (weerlegging).

Meningsverschillen
Er is sprake van een meningsverschil als twee of meer partijen elkaars standpunt over eenzelfde onderwerp niet delen: ze hebben niet dezelfde mening. Meningsverschillen kun je oplossen of beslechten.
Beslechten
Bij het beslechten van een meningsverschil wordt er wel een beslissing genomen, maar de partijen overtuigen elkaar niet. Het probleem is niet echt opgelost. Beslechten kan op verschillende manieren:
dreigen met geweld (bedenk zelf een voorbeeld)
chanteren (bedenk zelf een voorbeeld)
stemmen (bedenk zelf een voorbeeld)
loten (bedenk zelf een voorbeeld)
arbitrage vragen (bedenk zelf een voorbeeld)
Een meningsverschil is opgelost als een van de partijen zijn standpunt verandert en het standpunt van de andere partij overneemt. Soms is de oplossing een compromis, een tussenoplossing. Beide partijen passen hun standpunt een beetje aan in dat geval. De oplossing is dan een nieuw, gezamenlijk standpunt.
Uitspraken waarmee je je eigen standpunt verdedigt, of waarmee je het standpunt van een ander aanvalt, noem je argumenten. Argumenten kunnen voor of achter het standpunt staan in de zin.
Argumenten voor een bepaald standpunt zijn antwoorden op de vraag:
Waarom heb ik deze mening?
Argumenten tegen een bepaald standpunt (tegenargumenten) zijn antwoorden op de vraag:
Waarom ben ik het oneens met deze mening?
Je herkent argumenten vaak aan signaalwoorden (want, omdat, aangezien, immers).

Argumentatiestructuren
Dit zijn de basisstructuren van argumentatie

Bestudeer de teksten hieronder.
Vranckx is de beste
3) Vranckx is de eerste die ik goed hoorde uitleggen dat het niet zo moeilijk zal zijn om op te rukken tot aan de oever van de Tigris, maar een heksentoer om het aan de overkant gelegen stadscentrum te bevrijden, als zich daar duizenden militanten hebben verschanst, klaar voor de stadsguerrilla.
4) Maar wat zijn verslaggeving in Nieuwsuur echt uniek maakt is een reportage over een voormalige kindsoldaat van IS, zoals er nog vele anderen zullen worden aangetroffen. De consequenties van wat hen is overkomen zullen zeer schadelijk zijn, te beginnen voor henzelf.
5) De Jezidi-jongen heet Salaam en vertelt in zijn eigen taal relatief onbewogen wat hij heeft meegemaakt. Op zijn 1veertiende werd hij ontvoerd naar Raqqa en daar systematisch mishandeld. Er werden tegels op zijn hoofd stuk geslagen, terwijl zijn handen vastgebonden waren. Als je met sigaretten werd betrapt, hakten ze twee vingers af. Ieder kind kreeg een eigen laptop en cd-speler en moest verplicht urenlang kijken naar moordpartijen: hoofd in een hoopje zand, en dan werd het afgehakt alsof het van een schaap was. Ze moesten leren een moordmachine te worden en kregen te horen: „Als jullie ze niet afmaken, dan maken wij jullie af.”
6) Het zijn verhalen die overeenkomst vertonen met die van kindsoldaten in Afrika. Maar in Irak en Syrië lijkt nog geen begin te zijn van een opvang die van de stakkers weer mensen zou kunnen maken.
7) Het prachtige van die reportage van Vranckx is de doeltreffende simpelheid, gewoon een verhaal dat vers van de lever direct wordt verteld. Als je het vergelijkt met de reportage verderop in dezelfde aflevering van Nieuwsuur , over de jonge Deense fotograaf Daniel Rye, die dertien maanden in gevangenschap van IS doorbracht, dan is die laatste veel minder effectief.
8) Dat komt niet alleen doordat de Deen beter behandeld werd en uiteindelijk voor een losgeld van 2,4 miljoen euro vrijkwam, maar vooral omdat de context afleidt. Er is een boek over Rye geschreven, en hij krijgt een mensenrechtenprijs, die in een deftig hotel met champagne wordt overgoten. Dat zijn zaken die afleiden van de kern. In dit geval is die kern wellicht dat de Amerikaanse en Britse staatsburgers met wie Rye zijn cel deelde, het veelal niet kunnen navertellen. Hun familie is het bij wet verboden om over een losprijs te onderhandelen.
9) En dan ben je ten dode opgeschreven. Een ander verhaal dus. Maar ik voelde er veel minder bij.
Hans Beerekamp
Dit artikel is verschenen in de nrc.next van donderdag 3 november op pagina 10
http://zoeken.nrc.nl/article-locations?locations=%7B%22channel%22%3A%22losse-artikelen%22%2C%22medium%22%3A%22web%22%7D&redirect=true&urn=urn%3AX-nl-nrc-article%3ANN%3Agn4%3A5102226
Argumentatiestructuren
Bestudeer de theorie.
Bekijk de filmpjes met uitleg.
Controleer of je de theorie hebt begrepen door de oefeningen te maken (via Cambiumned), klik op de links.
Argumenteren, de basis
Argumentatiestructuren https://youtu.be/qERc61OzLfM
Bestudeer het SCHEMA basisvormen van argumentatie:
Enkelvoudige argumentatie
Je onderbouwt je standpunt met één argument.
| standpunt |
| ↑ |
| argument |
Voorbeeld:
| Zij moet de opvolgster worden van onze coach, |
| ↑ |
| want zij heeft al veel ervaring. |
Meervoudige argumentatie
Bij een meervoudige argumentatie gebruik je twee of meer argumenten. De argumenten zijn gelijkwaardig en kun je onderling van plaats verwisselen.
| standpunt | ||
| ↑ | ↑ | ↑ |
| argument | argument | argument |
Voorbeeld:
| Zij moet de opvolgster worden van onze coach, | ||
| ↑ | ↑ | ↑ |
| want zij heeft al veel ervaring, | zij heeft een positieve uistraling, | bovendien willen we een vrouwelijk coach. |
Onderschikkende argumentatie
Bij een onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een reeds genoemd argument.
| Standpunt |
| ↑ |
| argument |
| ↑ |
| argument |
Voorbeeld:
| Zij is de juiste persoon voor die baan van boekverkoopster. |
| ↑ |
| Zij heeft ruime ervaring in die branche. |
| ↑ |
| Ze heeft namelijk al twee jaar bij een Libris boekhandel gewerkt |
Nevenschikkende argumentatie
Bij nevenschikkende argumentatie vormen twee deelargumenten samen een argument. De argumenten onderbouwen samen het standpunt. Alleen in combinatie hebben ze kracht.
| standpunt | ||
| ↑ | ||
| argument | —↑— | argument |
Voorbeeld:
| Je moet minder patat en frikandellen eten. | ||
| ↑ | ||
| Dit kost je knap wat veel geld in de week. | —↑— | Je komt niet uit met je zakgeld. |
Naast deze vier basisvormen bestaat er nog een combinatie van de meervoudige en onderschikkende argumentatie, namelijk de meervoudige onderschikkende argumentatie.
| standpunt | ||
| ↑ | ↑ | ↑ |
| argument | argument | argument |
| ↑ | ↑ | |
| argument | argument | |
Voorbeeld:
| Kinderen onder de 13 moeten geen energiedrankjes drinken. | ||
| ↑ | ↑ | ↑ |
| Ze zijn ongezond | Ze kosten geld | Ze beïnvloeden het gedrag. |
| ↑ | ↑ | |
| Het kan overbelasting van het hart veroorzaken. | Kinderen reageren heftig, gaan stuiteren. | |
Argumentatiestructuren, oefening (1)
Argumentatiestructuren, oefening (2)
Drogredenen
Bestudeer de theorie.
Bekijk de filmpjes met uitleg.
Klik op de links en controleer (via Cambiumned) of je de theorie hebt begrepen.
Foute argumentaties noemen we ook wel drogredenen. We bespreken de volgende drogredenen:
Het onjuist gebruik van een argumentatieschema
1 De onjuiste oorzaak – gevolgrelatie
Er wordt tussen twee zaken een oorzaak-gevolgrelatie gelegd, terwijl die er niet is.
Veel ouderen die op een e-bike rijden hebben een ongeval gehad, dus is het rijden met een e-bike gevaarlijk.
2 De verkeerde vergelijking
Je vergelijkt onterecht twee zaken met elkaar.
Volgens de NS hoeft in de sprinter geen wc te zitten. In een bus zit die toch ook niet.
3 De overhaaste generalisatie
Op grond van een of een enkel voorval wordt er een conclusie getrokken die voor alle gevallen geldt.
Mijn opa dronk elke dag een paar glazen jenever en is 98 jaar geworden, alcohol drinken is dus helemaal niet ongezond.
4 De cirkelredenering
Bij een cirkelredenering is het argument een herhaling van het standpunt, alleen anders geformuleerd.
God bestaat omdat het in de bijbel staat, en wat in de bijbel staat is waar omdat het Gods woord is.
Het onjuist gebruik van een discussieregel
5 De persoonlijke aanval
Je valt de persoon aan en niet zijn argument(en).
Wat weet jij van nu gezondheid, jij weegt zelf 105 kilo!
6 Het ontduiken van de bewijslast
Je keert de bewijslast om en laat de tegenpartij het tegendeel bewijzen.
Dat hoef ik niet te bewijzen, dat ís gewoon zo!
7 Het vertekenen van een standpunt
Je legt de tegenpartij woorden in de mond waarvan de onjuistheid moeilijk is te bewijzen.
Ga jij niet mee naar de wedstrijd? Dus jij gaat je lekker zitten vervelen in je eentje?
8 Het bespelen van het publiek
Je beweert zaken waartegen iemand moeilijk kan ingaan.
Je bent toch niet goed bij je hoofd als je daar wil wonen.
9 Een onjuist beroep op autoriteit
Je beroept je op een bekend persoon, maar die persoon hoeft van het onderwerp helemaal niets af te weten of hij heeft belang bij de zaak.
Condooms verergeren de verspreiding van aids, want dat zegt de paus.
oefening drogredenen klik hier (1)
oefening drogredenen klik hier (2)
Drogredenen https://youtu.be/EBEZJm3ozIA
Drogredenen, vervolg (1) https://youtu.be/oTezo572RQ0
Drogredenen, vervolg (2) https://youtu.be/VJzb4RjPxx0
Een vlammend betoog schreef Phaedra Werkhoven over de prestatiedruk die ouders hun kinderen opleggen. In De Taalstaat op NPO Radio 1 vertelt ze over deze nooit-goed-genoeg-ouders. Hoe kun je een betoog laten 'vlammen' volgens jou?
Een vlammend betoog
