Oeverzuiging (Bankeffect)

Een heel naar verschijnsel is oeverzuiging.
Ook weer het gevolg van de Wet van Bernouilli.

Een schroef (en het roer) heeft een x-aantal kuubs per tijdseenheid nodig om zijn werking te kunnen doen.
Hoe sneller de schroef draait, hoe meer kuubs.
Die kuubs krijgt de schroef niet en dus het roer ook niet.
Gewoon omdat er tussen de oever en het schip te weinig water zit.
Je wordt dan naar de oever toe gezogen, omdat tussen het schip en de oever een onderdruk gecreƫerd wordt.

Oeverzuiging tredt op als:
- de snelheid te hoog is in verhouding tot:
  *De waterdiepte, UKC.
  *De afstand tot de oever. (vuistregel: minder dan 3 scheepsbreedtes.)
Die scheepsbreedtes moeten we wel in verhouding tot de breedte van het vaarwater zien.
Als een vaarwater maar drie scheepsbreedtes breed is zal het moeilijk worden om 3 breedtes uit de oever te blijven.
Bij kans op oeverzuiging: blijf in het midden varen.(Als dat kan)

Het water wordt nu overal vandaan gezogen.
Het gevolg is dat de oevers in het meest extreme geval helemaal droog kunnen komen te liggen, met een mini-tsunami tot gevolg als het weer terug stroomt.

De enige manier om dit op te lossen is: gas terug nemen!