3.2 De waterconstante

Als er meer H+ en OH- ionen zijn en daardoor het product van de concentraties te groot is, zullen er per seconde meer ionen verdwijnen dan dat er gevormd worden. Dat gaat door totdat [H+] . [OH-] gelijk is aan 10-14. Dan worden evenveel ionen gevormd als dat er verdwijnen. Als er te weinig H+ en OH- ionen zijn en het product [H+ ] . [OH-] kleiner dan 10-14, zullen er meer watermoleculen splitsen dan gevormd worden totdat weer geldt [H+] . [OH-] = 10-14

 

Om aan te geven dat die waarde van het ionenconcentratieproduct een vaste waarde heeft noemt men deze waarde de waterconstante (Kw)

[H+]

=

100

10-1

10-2

10-3

10-4

10-5

10-6

10-7

10-8

10-9

10-10

10-11

10-12

10-13

10-14

[OH-]

=

10-14

10-13

10-12

10-11

10-10

10-9

10-8

10-7

10-6

10-5

10-4

10-3

10-2

10-1

100

Kw

=

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

10-14

pH

=.

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

 

Waarde van Kw en de pH van zuiver water bij verschillende temperaturen

T (°C)

Kw (mol2 dm-6)

pH

0

0.114 x 10-14

7.47

10

0.293 x 10-14

7.27

20

0.681 x 10-14

7.08

25

1.008 x 10-14

7.00

30

1.471 x 10-14

6.92

40

2.916 x 10-14

6.77

50

5.476 x 10-14

6.63

100

51.3 x 10-14

6.14