
Laagland, Literatuur & Lezer
Je bestudeert in je theorieboek CURSUS 4: Het lezen van gedichten.
In overleg met je docent maak je uit het verwerkingsboek:
A Leeropdrachten en
B Leesopdrachten.
Ramsey Nasr: Mi have een droom





Opdracht Bij het artikel 'Scripties en tentamens vol taalfouten'
Lees het artikel uit NRC Next van dinsdag 6 september.
Beantwoord daarna de bijbehorende vragen en maak de opdrachten.

Artikel: 'Scripties en tentamens vol taalfouten'
Vragen en opdrachten bij de tekst ‘Scripties en tentamens vol taalfouten’
A. Noteer tijdens het lezen van de tekst alle woorden en of uitdrukkingen die je niet kent. Laat voldoende ruimte over om er de betekenissen nog bij te kunnen zetten.
B. Beantwoord de vragen en werk de opdrachten uit in hele zinnen, waarbij je steeds begint met het herhalen van een deel van de vraag of opdracht.
1. Wat is er mis met de volgende quotes?
2. Wat is er fout aan de volgende woorden of woordgroepen (alinea 1)?
3. “Dan moet je toch kunnen schrijven?” (alinea 2) is een retorische vraag. Leg uit wat dat is.
4. In alinea 3 maakt de schrijver zelf ook een fout. Welke?
5. Waarom staat het woord kunnen in het citaat van Kinneging tussen haakjes?
6. Welke oorzaken van de slechte schrijfvaardigheid worden genoemd in de tekst?
7. Welke signaalwoorden verbinden deze oorzaken met elkaar?
8. Welke conclusie trekt Anna Bosman naar aanleiding van deze oorzaken?
9. Leg in je eigen woorden zo volledig mogelijk uit wat Janneke Kelter het belangrijkst vindt wat betreft de schrijfvaardigheid van de studenten.
10. Waarom gaat de pabo het verst in het stellen van taaleisen aan studenten, denk je?
11. Waar wordt in de tekst gebruik gemaakt van de grafieken? (Citeer de eerste en laatste twee woorden.)
12. Wat is volgens Folkert Kuiken het verband tussen grammatica, schrijfvaardigheid in het Nederlands en de beheersing van de Engelse taal?
13. Leg in je eigen woorden en zo volledig mogelijk uit wat Kuiken het belang vindt van een goede beheersing van de Nederlandse taal.
14. In de eerste stukje van de vier alinea's in kleiner lettertype onderaan het artikel ("Voor het ... Universiteit Utrecht") is ook een fout geslopen. Welke?
15. Leg uit wat Bouwer bedoelt met de opmerking “Goed schrijven overstijgt foutloos schrijven”. (De tweede van die vier alinea's)
16. Ben je het met Bouwer en Koster eens dat schrijven steeds belangrijker wordt? Onderbouw je antwoord met ten minste twee argumenten.
17. Wat moet er volgens jou gebeuren om de kennis van de Nederlandse taal in het algemeen en de schrijfvaardigheid in het bijzonder te verbeteren? Je mag hierbij zowel aan de basisschool als aan het voortgezet onderwijs denken. Misschien zie jij zelfs nog wel andere zaken die voor verbetering kunnen zorgen. Noem die dan ook.
C. Je hebt de tekst nu grondig gelezen. Misschien kun je de betekenis van een aantal woorden die je bij A. hebt genoteerd nu wel zelf bedenken. Schrijf de betekenis dan achter het woord. Zoek van de overige woorden de betekenis op in een woordenboek en noteer ook die in je schrift.
D. Kies vijf van de veelvoorkomende taalfouten (in het kader) en verbeter die. Kies niet die van vraag 1 en 2, of die waar het antwoord al bij staat.)
