Hoofdstuk 3 Schrijfvaardigheid en Studievaardigheden

 
§ 1 Het belang van schrijfvaardigheid
 

Waarom goed schrijven zo belangrijk is, heb je kunnen lezen in het artikel 'Scripties en tentamens vol taalfouten' uit NRC Next.

Hoe krijg je dat echter voor elkaar? Foutloos schrijven en dan ook nog inhoudelijk goed, stilistisch aantrekkelijk en passend bij de situatie waarin en de personen voor wie je schrijft? Dat is een hele kluif!

Uiteraard begint het ermee dat je in ieder geval geen fouten maakt in de spelling van woorden in het algemeen en werkwoorden in het bijzonder. Dat bereik je door simpelweg de regels te leren en toe te passen. Je zult zien dat je dat steeds beter afgaat, als je maar genoeg traint en het ook goed wil doen. Het is echt wel belangrijk, ook als vinden sommige mensen dat dat wel meevalt. Al was het maar, omdat je anders lagere cijfers scoort op school en zoals je hebt kunnen lezen, op je vervolgopleiding.

Oefenen dus!

Eerst de regels...

 

§ 2 Werkwoordspelling
 
Hoe zat het ook alweer?
 
Hieronder zie je een schema dat je kunt gebruiken bij het juist spellen van werkwoorden. Volg het schema consequent bij elk werkwoord dat je gebruikt als je een tekst schrijft, net zolang tot je de werkwijze kunt dromen. Oefenen en uit je hoofd leren, dus.
Bestudeer het schema werkwoordspelling. Oefen vervolgens eerst de tegenwoordige tijd, daarna de verleden tijd en pas daarna gemengde opdrachten. Oefen zo nodig nog verder op www.beterspellen.nl of op www.cambiumned.nl.
 
 
 

Schema werkwoordspelling .pdf

 

 

Maak nu de volgende opdrachten.

Gebruik het schema consequent, net zo lang tot je de regel kunt dromen.

 

 

Opdracht 1
 
Werkwoordspelling tegenwoordige tijd
Schrijf het werkwoord dat tussen haakjes staat in de goede vorm op. 
 
1 (Binden) je dat zeil goed vast, anders (verschuiven) het.
2 (Betalen) u altijd contant?
3 Zij (verlangen) heel erg naar een beetje rust.
4 (Verzamelen) je vader nog steeds postzegels?
5 Als het te warm (worden), vervallen de lessen.
6 Ik denk dat hij dat wel prima (vinden).
7 Mijn school (verspreiden) geen folders.
8 Was je vakantie wel leuk? Je (vertellen) er zo weinig over.
9 Een computer (bieden) de mogelijkheid snel te werken.
10 Ik hoop dat u mij (vertrouwen).
 
Opdracht 2
 
Werkwoordspelling tegenwoordige tijd
Schrijf de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat in je schrift.
 
1 Mijn nieuwe computer (beantwoorden) niet aan mijn verwachtingen.
2 (Vinden) je hem niet snel genoeg?
3 De toestand van de zieke (verbeteren) gelukkig snel.
4 Het (verbazen) mij, dat je niet van pasta (houden).
5 Van mijn vrienden ben jij de enige die er niet van (watertanden).
6 (Zwerven) die uitgemergelde hond nu nog altijd op straat?
7 Ik (vinden) dat echt heel zielig!
8 Waarom (bekommeren) niemand zich om dat diertje?
9 Mijn moeder (melden) het morgen bij de dierenambulance.
10 Zij hebben het druk. Hun werkgebied (uitbreiden) zich steeds verder uit.

 

Lukt het nog niet om de werkwoorden in de tegenwoordige tijd goed te spellen? 

Bestudeer dan ook de uitleg op Cambiumned nog eens zorgvuldig en maak de oefeningen op die site.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan nu... De verleden tijd.
 
Werkwoordspelling in de verleden tijd is wel wat ingewikkelder. 
Bestudeer daarom nog eens goed de regels en pas ze weer consequent toe.
Maak de volgende opdrachten en oefen zo nodig nog op www.cambiumned of www.beterspellen.nl.
 
 
Opdracht 3
 
Werkwoordspelling verleden tijd
Schrijf de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat in je schrift.
 
1 Gisteren (trachten) de concurrenten elkaar steeds te benadelen.
Door een vergissing van de postbode (kruisen) onze brieven elkaar vorige week.
De reclamecampagnes van de afgelopen jaren (kosten) de politieke partijen veel geld.
De klanten (beklagen) zich erover, dat de levering weer niet op tijd was.
Het personeel (gaan) niet akkoord met het voorstel van de directie en (organiseren) vorige week
    een staking.
De werkgever (weigeren) op de eisen van het personeel in te gaan.
Toen wij op vakantie waren (vertellen) de eigenaar van ons hotel dat het gebouw (stammen) uit
    de achttiende eeuw.
Met enkele minuten vertraging (landen) het vliegtuig zonder problemen.
Hoe laat (eindigen) jullie vergadering gisteren?
10 Na de aanrijding (wenden) mijn vader zich tot de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker
      van de schade aan zijn auto.
 
 
Opdracht 4
 
Werkwoordspelling verleden tijd
Schrijf de juiste vorm van het werkwoord dat tussen haakjes staat in je schrift.
 
1 Ik (vervelen) me dood tijdens die saaie voorstelling.
De (indienen) plannen (worden) uiteindelijk (goedkeuren).
Afgelopen zomer (aanrichten) de bosbranden in Portugal enorme schade aan.
Gelukkig (beginnen) het uiteindelijk hevig te regenen, waardoor de natuur het probleem zelf
  (oplossen).
De oneerlijke bediende (kunnen) na de diefstal niet worden (handhaven).
De service van het bedrijf (maken) grote indruk op de klanten, waardoor de orders
  (binnenstromen).
De kleuter (knarsetanden) van woede, toen het hem niet (lukken) zelf zijn veters te strikken.
De monteur die (langskomen), (vermoeden) dat ik mijn wasmachine niet goed had (aansluiten).
De bedrijfsleider heeft mij de rekening (faxen).
10 In de vakantie heb ik (pogen) te leren windsurfen. Uiteindelijk (surfen) ik als de beste.