Om te bepalen wat de concentratie is in een monster, kan gebruik worden gemaakt van spectrofotometrie.
Om het gehalte van een monster te bepalen moet het monster soms eerst voorbewerkt worden. Meestal moet het monster verdund worden om te kunnen meten. De concentratie die je verwacht in het monster, valt dan midden in de standaardreeks.
Als eerste wordt een standaardoplossing (stockoplossing) gemaakt. Uit deze standaardoplossing wordt een reeks verdunningen gemaakt. Deze reeks noemen we de standaardreeks. In sommige gevallen is een tussenoplossing noodzakelijk om tot een juiste standaardreeks te komen. Van iedere verdunning is de concentratie nauwkeurig bekend.

Aan de standaardreeks wordt vaak een reagentia toegevoegd, dat een kleur vormt met de te meten stof. De kleurintensiteit neemt toe naarmate de concentratie hoger wordt.
In de spectrofotometer wordt van iedere verdunning de extinctie gemeten. Dit levert een aantal meetpunten op waardoor een rechte lijn getrokken kan worden.

Omdat de concentratie bekend is (gekozen – of onafhankelijke variabele) en de extinctie de gemeten waarde (afhankelijke variabele) is, zet je de concentratie op de x-as en de extinctie op de y-as van de grafiek.
Bij deze meetpunten wordt een trendlijn ingevoegd. Bij de trendlijn wordt de vergelijking en het R-kwadraat (R2). vermeld. Deze vergelijking heb je nodig om berekeningen uit te voeren. De waarde van R2 gebruik je om iets te zeggen over de betrouwbaarheid. Als 'R2' kleiner dan 0,9950 is, is het experiment onbetrouwbaar.

Je hebt al eerder kennis gemaakt met de ‘Wet van Lambert-Beer’. Deze wet hebben we nodig om het gehalte in het monster te bepalen.

De berekening gaat m.b.v. de ijklijn die je hebt gemaakt. Deze ijklijn is een lineaire functie die overeen komt met de ‘Wet van Lambert-Beer’.
‘
’ is een constante, en vormt de richtingscoëfficiënt van de grafiek.

Van het monster weten we alleen de gemeten extinctie (y-as) en we moeten de concentratie (x-as) berekenen.

Daarvoor moeten we de vergelijking gaan herschrijven m.b.v. de balansmethode.

Door het invullen van de bovenstaande formule kun je de concentratie berekenen ‘in de cuvet’.

Dit hoeft natuurlijk niet de concentratie te zijn van het monster. Dat is afhankelijk van de verdunningen en bewerkingen die je op het monster heb uitgevoerd.
Om de concentratie terug te rekenen, moet je met de o
mgekeerde verdunningsfactor rekenen.

Uiteindelijk rapporteer je de gevonden concentratie als conclusie van het experiment. let hierbij wel op dat je conclusie een antwoord is op het doel.
In de discussie geef je aan hoe betrouwbaar je resultaat is.