Zichtbaar licht bestaat uit alle kleuren van de regenboog, opgedeeld in zes hoofdkleuren met zes verschillende golflengte gebieden. Wanneer we een mengsel hebben van al deze kleuren, ontstaat er wit licht.
De kleuren met bijbehorende golflengtegebieden zijn:
:
Een stof dat een kleur heeft is in het zichtbare gebied te meten. Als een stof wit of kleurloos is, wordt er geen zichtbaar licht geabsorbeerd. Als een stof zwart is, wordt al het licht uit het zichtbare gebied geabsorbeerd.
Als een stof een bepaalde kleur heeft, kan het zijn dat alle kleuren van het licht geabsorbeerd worden behalve de zichtbare kleur. Deze kleur wordt doorgelaten of gereflecteerd, dus niet geabsorbeerd. Een andere mogelijkheid is, dat er maar één kleur geabsorbeerd wordt en alle andere kleuren worden doorgelaten.
Voorbeeld:
Een rode oplossing kan betekenen;
groen, oranje, geel, blauw en violet worden geabsorbeerd; de kleur rood wordt doorgelaten
groen wordt geabsorbeerd en de kleuren rood, oranje, geel, blauw en violet worden doorgelaten.
In beide gevallen wordt groen geabsorbeerd. Groen wordt daarom de complementaire kleur van rood genoemd. De complementaire kleur is gemakkelijk te vinden in de onderstaande kleurencirkel.

Als je de concentratie van een monster wilt bepalen, neem je de tegenoverliggende kleur (ofwel complementaire kleur) van het monster. Bij een blauw monster meet je bij de complementaire kleur oranje (590-620 nm).