De hoeveelheid licht die geabsorbeerd wordt, weergegeven als de extinctie, is recht evenredig met de concentratie. Wanneer we bij een gelijke weglengte van het licht (dit is de cuvet doorsnede) twee oplossingen meten, waarvan de concentratie van de ene oplossing twee keer zo groot is als van de andere oplossing, zal de lichtbundel ook twee keer zoveel moleculen (of ionen) tegenkomen die licht absorberen. De grootheid die we op de meter aflezen is de extinctie E (of in het Engels absorbance A).
De extinctie is recht evenredig met de concentratie.
Volgens de wet van Lambert-Beer geldt:
E = ε0 • l • c
E = extinctie
ε0 = een constant die afhangt van de soort stof, de golflengte en de temperatuur.
l = weglengte (meestal 1 cm)
c = concentratie
Aangezien ε0 en l constant zijn voor een bepaling, kunnen we deze samenvatten tot 'k'. Hierdoor ontstaat de onderstaande formule:
E = k • c
Deze formule is bijna identiek aan de formule voor een lineaire vergelijk; y=a•x+b.