Nummer 6 maatkolven van 100 ml met C0 t/m C5.
Maak een standaardreeks m.b.v. het onderstaande pipeteerschema.
|
|
Pipeteren uit Cst
|
Zoutzuur (0,1 mol/l) m.b.v. maatcilinder
|
|
|
Maatkolf (100 ml)
|
C0
|
0 ml
|
5 ml
|
|
C1
|
1 ml
|
5 ml
|
|
|
C2
|
2 ml
|
5 ml
|
|
|
C3
|
3 ml
|
5 ml
|
|
|
C4
|
4 ml
|
5 ml
|
|
|
C5
|
5 ml
|
5 ml
|
|
Vul de maatkolven aan en homogeniseer.
Lees eerst de handleiding van de spectrometer en neem de voorzorgen in acht. Als je de handleiding niet begrijpt vraag je eerst voor je begint!
Vul 6 cuvetten met de juiste hoeveelheid oplossing.
Vul 1 cuvet met de monsteroplossing. Deze hoef je niet te verdunnen.
Volg de gebruiksaanwijzing van de spectrofotometer en bepaal van C3 de λmax.
Noteer de gevonden golflengte.
Stel de juiste golflengte (λmax) in volgens de handleiding.
Meet oplossing C0 t/m C6 in hetzelfde apparaat en noteer de gemeten extincties.
Maak m.b.v. de meetresultaten een lineaire grafiek in MS Excel en plak deze in je uitwerking.