
Perspectief is dieptewerking in een tekening of schilderij die ontstaat door een speciale tekentechniek. Vanaf de Reanaissance begonnen kunstenaars perpectief te gebruiken. Het perspectief werd weer een belangrijk middel om een echt 'vergezicht' te suggereren.
Perspectief wordt bepaald door:
- Standpunt,
- Ooghoogte,
- Horizon.
Het standpunt is de plaats waaruit de kunstenaar iets heeft bekeken of afgebeeld. Een standpunt kan hoog of laag zijn. Een object kan er heel anders uitzien als je het van boven of juist van onderen bekijkt.
De ooghoogte bevindt zich op de hoogte van de horizon. Bij een laag standpunt (kikvors / op je knieen) ligt de horizon laag in het beeldvlak. Bij een hoog standpunt (vogelvlucht/ vanaf een toren) ligt de horizon hoog in het beeldvlak. Hoe hoger het standpunt, hoe meer er te zien is.
De horizon is de grens tussen de lucht en de aardbol. Aan zee is de horizon te zien als een horizontale lijn. Maar de horizon is niet altijd zichtbaar. Vaak kun je hem niet zien doordat er huizen, bomen, bergen, enz. voor staan.
BASISREGELS PERSPECTIEF:
1.De horizon ligt altijd op ooghoogte = standpunt
2.Verticale lijnen blijven altijd verticaal
3.Horizontale lijnen die evenwijdig lopen met de horizon blijven horizontaal
4.Alle lijnen die in werkelijkheid evenwijdig (parallel) zijn en zich van ons verwijderen hebben eenzelfde verdwijnpunt op de horizon. Niet alleen de zichtbare lijnen, maar ook de denkbeeldige lijnen die bijv. de toppen van bomen of palen weergeven.
5.De vluchtpunten liggen altijd op de horizon.
6.Alles wordt kleiner naarmate het verder van ons verwijderd is.
Lijnperspectief gebruik je vooral bij het tekenen van gebouwen en landschappen.
Hierbij kun je gebruik maken van het 1puntsperspectief of het 2puntsperspectief.
Het 2puntsperspectief gebruik je vooral bij gebouwen aan de buitenkant, het exterieur. Hierbij liggen 2 verdwijnpunten op de horizon.
Het 1puntsperspectief gebruik je vooral bij de binnenkant, het interieur. Deze interieurtekeningen hebben dus 1 verdwijnpunt op de horizon. De ruimte die je wilt tekenen teken je gewoon recht van voren. De verticale lijnen blijven altijd verticaal, 90 graden op de horizon. De horizontale lijnen liggen of recht voor je en dan blijven ze horizontaal. Lopen deze horintale lijnen de ruimte in dan lopen ze naar het verdwijnpunt op de horizon.


