Antwoorden proeftoets Pathologie H2
Opdracht 1: Welzijnswerkers en ziektes
Doe deze opdracht met de groep. In deze opdracht laat je zien waar je staat. Het gaat over opvattingen over het beroep, jouw ervaringen en ideeën over ziekte. Er worden acht eens/oneens stellingen genoemd. Met een tape maak je een lijn op de vloer. Aan de ene kant van de lijn plak je ‘ja’ , aan de andere kant ‘nee’. Iemand noemt de stelling en daarna ga je aan de ‘ja’ of ‘nee’ kant van de lijn staan. Twee groepsleden geven telkens een korte toelichting op hun keuze.
Stellingen:
Opdracht 2: Ziektes
Doe deze opdracht met de groep. Je gaat met je groep in een kring zitten en kiest samen een leider. De leider wijst iemand aan die start. Degene die start noemt een ziekte. De persoon rechts van de eerste noemt een ziekte met als eerste letter de laatste letter van de ziekte die degene links van hem noemde. Zodra de volgende ziekte genoemd wordt door naar de volgende.
Als na 1 minuut nog geen ziekte genoemd is die begint met de juiste letter, ga je door met de volgende leerling die zelf een ziekte bedenkt die nog niet is genoemd.
Voorbeeld: griep, psoriasis, spierdystrofie, ebola, artritis enz.
Opdracht 3: Raad een ziekte
Doe deze opdracht met een medestudent. Maak tweetallen en speel het spel Hangman (galgje). Gebruik daarbij alleen woorden die je als ziekte of symptoom tegenkomt in dit thema. Speel om de beurt en zorg dat ieder minstens drie woorden moet raden.
Opdracht 4: Acute ziektebeelden
Doe deze opdracht individueel. Vul het ontbrekende woord in op de puntjes.