Beoordeling

Eindopdracht

In week 9 krijgen jullie een digitale kennistoets bestaande uit 40 multiplechoicevragen over H2 en H3. Neem je (opgeladen) laptop mee!

 

Alternatieve eindopdracht 

Je beschrijft twee ziektebeelden en werkt deze uit. Dit doe je aan de hand van de rode loper. Let op! Alle punten moeten worden beschreven. Gebruik hierbij je boek, het internet en/of andere bronnen. Je kunt kiezen uit de volgende ziektebeelden:

 

1. Begripsbepaling

  • Om welke ziekte gaat het?
  • Nederlandse naam, medische naam, eventuele andere benamingen (in de volksmond).

2. Verspreiding (epidemiologie)

  • Hoe vaak komt de ziekte voor?
  • Bij welke groepen mensen komt de ziekte voor?
  • In welke gebieden komt de ziekte voor?

3. Anatomie / fysiologie

  • Welke anatomie en welke fysiologie is bij dit ziektebeeld betrokken?

4. Oorzaken (etiologie)

  • Welke oorzaken (inwendige en/of uitwendige) zijn er?

5. Symptomen

  • Welke verschijnselen komen voor bij dit ziektebeeld?

6. Diagnose

  • Welke onderzoeken zijn nodig om tot een diagnose te komen?

7. Therapie

  • Welke behandelingen kunnen worden toegepast?

8. Prognose

  • Hoe zal de ziekte vermoedelijk verlopen en wat is de kans op beterschap?

9. Complicaties

  • Welke complicaties kunnen zich voordoen?

10. Aandachtspunten voor de verzorging en begeleiding door mz-er

  • Welke ziekteverschijnselen / complicaties / psychosociale gevolgen moet je vooral observeren?
  • Waarop moet je letten bij het uitvoeren van de behandeling(en) / interventie(s)?