Bij dit thema gaan jullie voor het vak Nederlands een flyer maken voor de dans(voorstelling) die jullie maken voor het vak lichamelijke opvoeding. Voordat jullie beginnen met het maken van een eindproduct, moeten jullie eerst weten aan welke eisen een geschikt eindproduct voldoet. Ook moeten jullie gebruik maken van de mogelijkheden die de Nederlandse taal jullie biedt.
Eindproduct, eisen en leerdoelen
Jullie maken een flyer voor de dans(voorstelling) die jullie maken bij het vak lichamelijke opvoeding;
De flyer heeft een formaat a5;
Jullie maken gebruiken van de paragrafen uit Nieuw Nederlands:
Poëzie hoofdstuk 1;
Poëzie hoofdstuk 5;
Kijk op taal hoofdstuk 2;
Kijk op taal hoofdstuk 5;
Schrijven hoofdstuk 6.
Jullie maken de volgende opdrachten (in deze volgorde) als groep en leveren deze per paragraaf in bij de docent:
Opdracht 2 en keuzeopdracht 3, poëzie hoofdstuk 1;
Opdracht 2 en keuzeopdracht 1, poëzie hoofdstuk 5;
Opdracht 3 en 5, kijk op taal hoofdstuk 2;
Opdracht 1 en 2, kijk op taal hoofdstuk 5;
Opdracht 1 en 3, schrijven hoofdstuk 6.
Als jullie klaar zijn met het maken van de opdrachten (na iedere paragraaf werken jullie de opdrachten uit op jullie device en laten jullie de opdrachten goedkeuren door de docent: pas daarna gaan jullie door met de volgende opdracht!), starten jullie met het maken van het eindproduct. De definitieve flyer moet voldoen aan onderstaande eisen:
De flyer heeft een a5-formaat;
De flyer voldoet aan alle eisen die in de checklist van schrijven hoofdstuk 6 genoemd worden;
De flyer bevat dichterlijk taalgebruik, een homoniem, figuurlijk taalgebruik en beeldtaal;
Jullie leveren drie dingen in: de daadwerkelijke flyer, een chekclist over jullie flyer (ingevuld door jullie als groep) en een verantwoording van dichterlijk taalgebruik, homoniem, figuurlijk taalgebruik en beeldtaal in jullie flyer (met andere woorden: waar staan deze aspecten benoemd in jullie flyer?).
Leerdoelen:
Je leert waar gedichten voorkomen;
Je leert wat dichterlijk taalgebruik is en je kunt het toepassen in een zelfgeschreven gedicht;
Je weet wat homoniemen zijn;
Je weet wat figuurlijk taalgebruik is;
Je weet wat beeldtaal is;
Je kunt met je groep een geschikte flyer maken.