Grootcirkelkoers: de begrippen

-Bemerk in het volgende plaatje dat op het zuidelijk halfrond de grootcirkelkoers naar het Zuiden van de kaart afbuigt en op het noordelijk halfrond naar het noorden.

-Bemerk verder dat naarmate de grootcirkelkoers op de kaart meer noordelijk (of zuidelijk) wordt, hij steeds minder krom wordt.

Vraag: Beredeneer hoe dat kan.

 

 

 

 

 

Antwoord:

 

De evenaar is een grootcirkel.
We konden die grootcirkel omklappen rond het middelpunt van die cirkel: het middelpunt van de aarde.
Daarmee buigt de koers dus in het noorden "omhoog" en in het zuiden "omlaag" af wanner het in de platte kaart ingetekend wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We weten dat meridianen grootcirkels zijn.
Dus hoe dichter de koers bij een meridiaan komt hoe minder krom de lijn in de kaart komt.

 

 

 

 

In de bovenstaand afbeelding zien we goed hoe de grootcirkelkoers enorm af kan wijken van de loxodroomkoers.
Tevens valt op dat de kromming groter wordt naarmate de grootcirkelkoers dichter bij de pool komt.

Vraag:
Beredeneer hoe dit kan.

 

 

 

 

 

Antwoord:|
Dit komt weer omdat de aarde "plat gemaakt" is om hem op de kaart te kunnen projecteren.
In het echt beslaat de aarde rondom de polen maar een klein stukje.
Op de kaart moet dit kleine stukje extra uitgerekt worden om aan de kaartprojectie te voldoen.
De lijn die op het aardoppervlak eerst recht was wordt nu dus extra krom.