Bepalende werkwoorden

Bepalende werkwoorden zijn een beetje te vergelijken met de vaste voorzetsels: ze bepalen namelijk de naamval. Een aantal werkwoorden bepalen dat er altijd een 3e naamval komt en er is een groep werkwoorden die bepalen dat er altijd een 4e naamval komt. Ze werken ook hetzelfde als vaste voorzetsels!

Werkwoorden die altijd een 3e naamval krijgen

begegnen tegenkomen
danken bedanken
folgen volgen
gefallen bevallen
gehen gaan met (let op: niet als je het alleen vertaalt als 'gaan'!!)
gelingen lukken
gehören zijn van, toebehoren aan
glauben geloven
gratulieren feliciteren
helfen helpen
kondolieren condoleren
leid tun spijten
sagen zeggen tegen
raten aanraden
(ver)trauen vertrouwen

Werkwoorden die altijd een 4e naamval krijgen

bitten vragen/verzoeken
denken an denken aan
es gibt er is/er zijn
fragen vragen aan/naar
genießen van iets genieten
glauben an geloven in
interessieren interesseren
kosten kosten
sich erinnern an zich iets herinneren
sich gewöhnen an wennen aan
sich verlieben in verliefd worden op

 

Een aantal voorbeelden

Om je te laten zien hoe het nu precies in zijn werk gaat, staan hieronder een aantal voorbeeldzinnen:

Ich begegne (+3) ihm heute abend.
Er gratuliert (+3) meiner Mutter zum Geburtstag.

Wieviel kostet (+4) dieses Geschenk?
Er fragte (+4) seinen Lehrer, wieso die Antwort falsch war.

Und jetzt selbst los! Ga aan de gang met onderstaande oefening om te kijken of je het begrijpt!


 

Die Modalverben