In het Duits zijn de volgende zinsdeelfuncties belangrijk:
1. Het onderwerp (1ste naamval in het Duits)
2. Het lijdend voorwerp (4e naamval in het Duits)
3. Het meewerkend voorwerp (3e naamval in het Duits)
Maar hoe ontleed je nou een zin? Een Duitse zin ontleed je op precies dezelfde manier als in het Nederlands. Je stelt dus de volgende vragen:
Onderwerp: wie/wat + werkwoordelijk gezegde
Lijdend voorwerp: wie/wat + werkwoordelijk gezegde + onderwerp
Meewerkend voorwerp: aan wie/voor wie + werkwoordelijk gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp
Als we kijken naar de volgende zin, gaat dat dus als volgt:
Hij geeft een bos bloemen aan zijn moeder
Onderwerp: wie/wat geeft? --> 'Hij' (is dus onderwerp)
Lijdend voorwerp: wie/wat geeft hij? --> 'een bos bloemen' (is dus lijdend voorwerp)
Meewerkend voorwerp: aan wie geeft hij een bos bloemen? --> zijn moeder (is dus meewerkend voorwerp)
In het Duits gaat het ontleden precies hetzelfde!