Plastic is een veel gebruikte term voor kunsstoffen. Kunststoffen zijn opgebouwd uit hele lange moleculen. De verschillende kunsstoffen bestaan uit verschillende moleculen. In kunststoffen komen vooral koolstof (scheikundig afgekort tot C) en waterstof (H) atomen voor. Dit komt omdat kunststoffen uit aardolie gemaakt worden, in aardolie zitten ook vooral koolwaterstoffen (koolstof en waterstof)
Je kunt kunststoffen het beste voorstellen als een hele lange kralen ketting. We noemen zo'n lange kralen ketting een polymeer, die is opgebouwd uit kleine kralen. Die kleine kralen noemen we monomeren.
Een voorbeeld van zo'n monomeer is Etheen. Zie de afbeelding hieronder.

Wanneer je deze monomeren aan elkaar 'plakt' krijg je een hele lange aaneengesloten keten. Deze lange aaneengesloten keten wordt het polymeer: polyetheen:
De verschillende kunststoffen zijn dus opgebouwd uit verschillende monomeren. Je hebt verschillende soorten kunststoffen nodig, omdat je verschillende stofeigenschappen nodig hebt. Een plastic tas heeft andere eigenschappen nodig als een cola-fles. De moleculen van die kunsstoffen zijn dan ook verschillend.
In de volgende thuisopdracht ga je kijken of je de verschillende kunststoffen thuis kunt vinden. Je kunt de verschillende kunststoffen herkennen aan het logo op de verpakking.

