Een speciale plek, tussen eilanden en de kust, is het wantij.
Het is de plek waar tijdens de vloed de zeestromen bij elkaar komen.

Langs zowel de oost- als de westkant stroomt het water tijdens de vloed de Waddenzee in.
Op een bepaalde plek komen die twee stromen elkaar tegen.
De stromen hebben sediment bij zich (slib, plantendeeltjes, etc.).
omdat de stromen elkaar tegenwerken heffen ze elkaar op en kan het sediment bezinken.
Er is dus wél eb en vloed op een wantij, maar nauwelijks stroming.
Een wantij is dus (bijna) altijd ondiep en kan alleen tijdens hoogwater gepasseerd worden.
Voor de zeescheepvaart zal dit niet van belang zijn.
Een zeeschip heeft al snel een te grote diepgang voor die gedeelten van de Waddenzee.
We benoemen het zodat het begrip niet onbekend is.
Als je wel een "wantij moet halen", zoals dat heet, staat er in de getijtafel hoe laat het HW is ten opzichte van de haven waar de getijtafel voor geldt.
Je zult dan dus op moeten meten hoe ver het is naar het wantij en berekenen hoe lang je daar over doet.
En dan op een bepaalde tijd vertrekken uit die haven.
Vertrektijd = Tijd HW haven - vaartijd tot wantij.