Het vermogen van een moderne windturbine kan op dit moment (2015) oplopen tot 8 MW. Met dit vermogen wordt bedoeld het vermogen dat de generator maximaal kan leveren. Dit wordt ook wel het nominale vermogen genoemd. Het vermogen dat wordt geleverd is afhankelijk van de wind maar is nooit meer dan het nominale vermogen.
De elektriciteitsproductie van een windturbine hangt af van de grootte en van het type turbine. Om het elektrisch vermogen te kunnen bepalen bij de verschillende windsnelheden wordt gebruik gemaakt van de vermogenskarakteristiek (zie figuur 6).
In de afbeelding is een vermogensgrafiek afgebeeld voor een turbine met verstelbare rotorbladen (pitch-control). Dat betekent dat de stand van de rotorbladen door een computer wordt geregeld afhankelijk van de windsnelheid. Bij een windsnelheid van 3,5 m/s (windkracht 2) wordt de windturbine op het elektriciteitsnet geschakeld. Dit wordt de ‘cut-in speed’ genoemd. We zien bij toenemende windsnelheid dat het opgewekte vermogen stijgt (‘power curve’). Bij een windsnelheid van 14 m/s wordt het nominale elektrische vermogen bereikt. De regelcomputer zorgt ervoor dat bij windsnelheden hoger dan 14 m/s (ongeveer windkracht 7) het geleverde elektrische vermogen constant blijft door het aan passen van de bladhoek / spoed (Eng. Pitch). Als de wind een snelheid bereikt van 25 m/s (windkracht 10) wordt de turbine uit veiligheidsoverwegingen afgeschakeld (‘cut-out speed’).