Gegeven:
In een eerder voorbeeld is de hoeveelheid beschikbare vermogen van wind berekend bij windsnelheid van 10 m/s, een rotoroppervlak van 7823 m2 en een soortelijke massa van lucht 1,2 kg/m3. Het beschikbare windvermogen, onder de gegeven condities, is dan gelijk aan 4.693.800 W.
Gevraagd:
Hoeveel vermogen kan theoretisch door een windturbine uit het beschikbare windvermogen worden omgezet?
Uitwerking:
Pmax = 0,5 · ρ · (16/27) · v13 · Ar → Pmax = 0,5 · 1,2 · (16/27) · 103 · 7823 → Pmax = 2.781.511 W
Conclusie:
Het getal (16/27) noemen we de constante (optimum) van Betz. De uitkomst van de breuk 16/27 is 0,593.
Dat betekent dat een windturbine theoretisch maximaal 59,3% van de beschikbare energie in wind kan omzetten in mechanische energie:
Pmax = 0,593 · 4.693.800 W = 2.781.511 W