1.4 Afronden

Aantekening afronden

 

Op een geheel getal afronden:

 

Kleiner dan ,5 rond je af naar beneden.

Bv. 5,4 wordt 5

 

Groter dan of gelijk aan ,5 rond je af naar boven.

Bv. 5,5 wordt 6

 

 

Afronden op een aantal decimalen:

 

Je kijkt één decimaal verder.

Dus afronden op 2 decimalen, kijk naar het 3e decimaal.

 

Is het 3e decimaal kleiner dan 5 dan rond je af naar beneden.

 

Is het 3e decimaal groter dan of gelijk aan 5 dan rond je af naar boven.

Bv. 17,345 wordt 17,35