Tablau Vivant / Fotospel
|
Drama Werkvorm |
Tableau Vivant / fotospel |
|
| Deze werkvorm is met name geschikt voor beginnende spelers. Het maakt hen bewust van het gebruik van houding en mimiek en het uitvergroten daarvan. Voor bepaalde groepen is het stilstaan een extra uitdaging.
|
||
|
Activiteit |
Groepsfoto |
|
|
Doelgroep |
Vanaf 4 jaar |
|
|
Doel |
|
|
|
Benodigdheden |
niets |
|
|
Plaats |
Op veel plekken mogelijk |
|
|
Voorbereiding |
Uitleg: Deel de groep in tweeën. Elke groep bereid twee tableaus voor. In de eerste zien we een bepaalde groep mensen, b.v. een groep voetbalsupporters. Op de tweede foto zien we wat er intussen is gebeurd, b.v. er is gescoord. Geef korte overlegtijd. Ze mogen zelf bedenken welke groep mensen ze worden. |
|
|
Uitvoering |
De eerste groep komt op het speelvlak. De andere is publiek maar kijkt niet. In de eerste tien tellen stellen de spelers zich op in foto 1 (tel hardop van 10 naar 1, de nul is de klik voor de foto). Publiek kijkt, maar reageert nog niet. Dan tien tellen voor opstellen foto 2 terwijl het publiek niet kijkt. Nu mogen de kijkers hun vinger opsteken als ze foto 1 en 2 begrijpen. Bespreek na op wat er te zien was en wat je daardoor weet. |
|
|
Variatie |
Geef een thema of welke groep mensen het moet zijn. Geef langer voorbereidingstijd. Geef de mogelijkheid attributen ed. te gebruiken.Laat een andere groep een foto bedenken tussen 1 en 2. |
|
Tableau Vivant / Persfoto
|
Drama Werkvorm |
Tableau Vivant / persfoto |
|
|
Deze werkvorm is met name geschikt voor beginnende spelers. Het maakt hen bewust van het gebruik van houding en mimiek en het uitvergroten daarvan. Voor bepaalde groepen is het stilstaan een extra uitdaging.
|
||
|
Activiteit |
persfoto |
|
|
Doelgroep |
Jong/ouder schoolkind |
|
|
Doel |
|
|
|
Benodigdheden |
niets |
|
|
Plaats |
Op veel plekken mogelijk |
|
|
Voorbereiding |
er wordt en regisseur uitgekozen. De regisseur mag een situatie uitkiezen zoals; Catwalk, Dierentuin, Feestje. Er zijn geen groepjes, iedereen hoort bij en op de ''persfoto''. |
|
|
Uitvoering |
Er wordt 1 regisseur uitgekozen, de regisseur kiest een situatie en zet de mensen op hun plekken. Bijvoorbeeld. Bij de situatie Catwalk. Er worden mensen op de ‘’catwalk’’ gezet en moeten een pose doen, of er is publiek die foto’s maken. Als iedereen op zijn plek staat wordt er een ‘’foto’’ gemaakt en blijft iedereen een aantal seconden in zijn/haar pose staan. |
|
|
Variatie |
Je kunt een andere situatie kiezen of een andere regisseur. |
|
Tableau Vivant/Sprookje
|
Drama Werkvorm |
Tableau Vivant / sprookje |
|
|
Deze werkvorm is met name geschikt voor beginnende spelers. Het maakt hen bewust van het gebruik van houding en mimiek en het uitvergroten daarvan. Voor bepaalde groepen is het stilstaan een extra uitdaging.
|
||
|
Activiteit |
Tablau vivant sprookje |
|
|
Doelgroep |
Jong/ouder schoolkind |
|
|
Doel |
|
|
|
Benodigdheden |
niets |
|
|
Plaats |
Op veel plekken mogelijk |
|
|
Voorbereiding |
Er worden groepjes gemaakt. De groepjes gaan bij elkaar zitten en moeten een thema bedenken. Bijv. Disney. De groepjes kiezen als dat het thema is allemaal een verschillende Disney film. |
|
|
Uitvoering |
Als de groepjes bijv. Assepoester kiezen moeten ze 3 Afbeeldingen maken uit de film. Het groepje is meestal met ongeveer 5 mensen. Je moet dan 3 ‘’foto’s’’ maken. De eerste is dan bijv. de klok die tikt om 12 uur en assepoester verliest haar muiltje. De mensen gaan dan in hun rol staan en blijven stil staan dan wordt er een ‘’foto’’ gemaakt. Dan gaan de mensen naar de volgende foto/dia. Het publiek raad uit welk verhaal ze foto’s nadoen. |
|
|
Variatie |
Je kunt verschillende onderwerpen kiezen. De groepjes omwisselen of het moeilijk maken door ze ook hun eigen fantasie in te kunnen brengen. |
|
Uitbeeldspel
|
Drama Werkvorm |
Uitbeeldspel |
|
Deze werkvorm is met name geschikt voor beginnende spelers. De allerjongsten kun je in het uitbeelden
|
|
|
Activiteit |
Twee stoelen |
|
Doelgroep |
Vanaf 6 jaar |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
Twee stoelen naast elkaar, los in de ruimte |
|
Plaats |
Op veel plekken mogelijk |
|
Voorbereiding |
Uitleg: Deel de groep in tweetallen. Elk tweetal bedenkt wat de twee stoelen kunnen voorstellen. Speel eventueel een auto als voorbeeld. Daarbij bedenken ze een begin, midden en een eind van een verhaaltje dat ze op/bij/rondom de stoelen kunnen laten zien zodat het publiek begrijpt waar ze zijn en wat er gebeurt. Controleer eventueel of elk tweetal een andere plek heeft gekozen. |
|
Uitvoering |
De tweetallen spelen om de beurt hun scene met de stoelen. Bespreek na wat het publiek zag en welke plek het dus is. Laat ze ook zeggen wat ze leuk vonden aan het uitbeelden. |
|
Variatie |
Stoelen staan tegenover elkaar Tweetal maakt de plek duidelijk voor andere spelers die na kort overleggen er een gebeurtenis uitbeelden. Eén speler begint te spelen tot de plek duidelijk is, freeze en vraagt “Wat nu?’. Het publiek doet suggesties voor het vervolg van het verhaal. Net zo lang herhalen tot een verhaaltje is ontstaan. |
(levend) Schimmenspel
|
Drama Werkvorm |
(Levend) Schimmenspel |
|
Dit is voor veel doelgroepen een het doek te kunnen verbergen, anderen
|
|
|
Activiteit |
De handeling |
|
Doelgroep |
Vanaf 8 jaar |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
Doek, lichtbron, attributen, 2 schotten naast het doek |
|
Plaats |
Binnen of buiten m.b.v. de zon |
|
Voorbereiding |
Uitleg: Licht de technische mogelijkheden van schimmenspel toe. Deel de groep in twee- of drietallen. Elk groepje kiest één handeling en verzint daaromheen een verhaaltje met begin midden eind. Ze zoeken attributen bij elkaar en proberen alles uit achter het doek. Handelingen die uitdagen zijn: vechten, toveren, opereren, zoenen. |
|
Uitvoering |
De groepjes presenteren om de beurt hun verhaal. Naderhand laten ze zien welke materialen ze hebben gebruikt en het publiek raadt de gekozen handeling. |
|
Variatie |
Laat groepjes een schaduwspel maken bij een lied Speel handschimmenspel. Speel met uit karton geknipte figuren. Dit kan ook achter een klein doek op een tafel. |
Afspraakspel
|
Drama Werkvorm |
Afspraakspel |
|
Dit is de meest bekende manier van |
|
|
Activiteit |
Verweggiestan |
|
Doelgroep |
Vanaf 7 jaar (schoolkind) |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
(zo mogelijk) decor, attributen, verkleedkleren |
|
Plaats |
Op veel plekken mogelijk |
|
Voorbereiding |
Maak groepjes. Geef de volgende gegevens: het speelt zich af in een ver vreemd land. Er zijn inwoners van dit Verweggiestan en een paar Nederlandse toeristen die de taal niet spreken. De toeristen hebben geen geld meer en komen in de problemen. Laat elk groepje de 5W’s invullen en hun toneelstukje oefenen. |
|
Uitvoering |
Elk groepje speelt hun toneelstukje. Het publiek benoemt de 5 W’s. |
|
Variatie |
|
Afspraakspel; Bruiloft
|
Drama Werkvorm |
Afspraakspel |
|
Dit is de meest bekende manier van |
|
|
Activiteit |
Bruiloft |
|
Doelgroep |
Vanaf 7 jaar maar wel met begeleiding |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
(zo mogelijk) decor, attributen, verkleedkleren |
|
Plaats |
Groot lokaal of een grote ruimte |
|
Voorbereiding |
Er worden groepjes van 4 gemaakt. De begeleider of begeleidster legt het spel uit. Het spel gaat over een bruiloft. De kinderen mogen er een eigen wending aan geven, er kan iets geks gebeuren op de bruiloft waardoor alles anders loopt of de bruiloft is heel erg chique en alles gaat volgens de planning. |
|
Uitvoering |
de kinderen gaan in groepjes uit elkaar, er worden eerst duidelijke afspraken gemaakt over de 5 W’s. Daarna gaan de kindjes oefenen, ze krijgen hier een kwartier de tijd voor. Iedereen weet precies waar het zich afspeelt en wie ze spelen, alles is duidelijk voor het publiek en voor de spelers zelf.
|
|
Variatie |
Geef andere onderwerpen of spelgegevens. De variaties zijn eindeloos. |
Inspringspel; In de wachtkamer.
|
Drama Werkvorm |
Inspringspel |
|
Deze werkvorm is een variatie op improviseren en is bestemd voor spelers die meer durven of al ervaring hebben met drama.
|
|
|
Activiteit |
In de wachtkamer |
|
Doelgroep |
doelgroep jong/oud schoolkind |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
Er staat een rek met verkleed spullen klaar in het lokaal, daar mag je zelf uitkiezen. |
|
Plaats |
Speelvlak |
|
Voorbereiding |
We beginnen in de wachtkamer van de dierenarts. Er staan 6 stoelen klaar in de wachtkamer. Er zijn kaartjes gemaakt waar een typetje op staat die je moet spelen. De kinderen mogen niet van elkaar weten wat er op het opdrachtkaartje staat. Er beginnen 2 kinderen in het het spel, na 30 seconden komt er een nieuwe speler in het spel, en die wisselt met een andere speler. Indien nodig worden er kleinere groepjes gemaakt. |
|
Uitvoering |
2 kinderen krijgen een kaartje met daarop een type die ze moeten spelen, of er staat bijv. dat er een hondendrol in de wachtkamer ligt. Op het kaartje van de andere speler staat bijv. dat hij/ zij iemand speelt die erg sacherijnig is. De 2 eerste spelers beginnen te spelen en improviseren hun tekst. Na 30 seconden luid er een bel, 1 van de spelers gaat eruit en er komt weer een nieuwe speler met een nieuw kaartje in het spel. Aan het eind van het spel is iedere speler minimaal 1 minuut in het spel geweest. Het spel veranderd continu omdat telkens als er een nieuwe speler in het spel komt, kan hij/zij iets totaal anders op het kaartje hebben staan en zo wordt het spel steeds opnieuw door elkaar gehusseld.
|
|
Bijlage |
Maak zo veel kaartjes als nodig zijn voor jouw inspringspel. Ga uit van jouw klas voor het aantal spelers. Noteer de kaartjes op één of meer pagina’s, zodat ze geprint en geknipt kunnen worden. |
|
|
Je speelt een sacherijnige man. |
|
|
Je bent erg enthousiast en maakt met alle andere baasjes contact. |
|
|
Je bent erg verdrietig omdat je huisdier erg ziek is en je weet niet hoe het gaat aflopen. |
|
|
Je bent een verward iemand die niets te zoeken heeft in de wachtkamer. Als je in de wachtkamer van de dierenarts staat, vraag je je af wat je daar eigenlijk doet. |
|
|
Je bent een erg geïrriteerde dierenarts, een hond heeft gepoept in jou wachtkamer. |
|
|
Je bent een kattenvrouwtje, je komt binnen met 2 katten. Je vind alle andere katten in de wachtkamer ook geweldig lief. |
|
|
Jij bent de assistente en vind al die dieren in de dierenpratijk maar erg vies. |
|
|
De kat die jij meebracht is zwanger, en bevalt midden in de wachtkamer. |
Improvisatiespel; Aanbellen
|
Drama Werkvorm |
Improvisatiespel |
|
Deze werkvorm is voor spelers die meer durven of al ervaring hebben met drama. Een belangrijke spelregel om een toneelspel in improvisatie te laten slagen is dat de spelers elkaars ideeën accepteren. Het is belangrijk om elkaars ideeën niet te blokkeren en steeds ook zelf spelideeën te leveren om het verhaal in het toneelstukje verder te helpen. Daarbij is het belangrijk dat de spelers snel de 5 W’s concreet maken, waarbij geldt ‘wie het eerst concretiseert bepaalt’. Bijvoorbeeld: “Hallo pappa” kun je logischerwijs niet beantwoorden met “Ik ben je pappa niet”. |
|
|
Activiteit |
Aanbelspel |
|
Doelgroep |
Vanaf 7 jaar |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
(zo nodig) decor, attributen, verkleedkleren |
|
Plaats |
Speelvlak |
|
Voorbereiding |
Van tevoren krijgen de spelers een opdrachtkaartje met daarop een typetje, bijvoorbeeld stoer, verlegen, dromerig. De spelers oefenen hun typetje. Dit kan door de groep in tweeën te delen en eerst de ene rij bij de andere rij te laten aanbellen en daarna omgekeerd. |
|
Uitvoering |
Het publiek zit in een halve cirkel. Steeds twee spelers, die niet met elkaar geoefend hebben, staan tegenover elkaar voor het publiek. De ene speelt zijn of haar typetje en loop over een denkbeeldig tuinpad naar het midden van het speelvlak en doet of ie aanbelt. De ander loopt dan, op dezelfde manier, naar ‘de deur’. Dan start het spel. De aanbeller komt iets brengen, zeggen of verkopen. De ander probeert op dezelfde manier te reageren, dus hetzelfde typetje te worden. |
|
Variatie |
|
Improvisatiespel; Op het bankje in het park
|
Drama Werkvorm |
Improvisatiespel |
|
Deze werkvorm is voor spelers die meer Een belangrijke spelregel om een |
|
|
Activiteit |
Op het bankje in het park |
|
Doelgroep |
Vanaf 7 jaar |
|
Doel |
|
|
Benodigdheden |
Decor (3 stoelen) , attributen, verkleedkleren |
|
Plaats |
Speelvlak/ lokaal |
|
Voorbereiding |
De kinderen komen binnen in het lokaal, De groep wordt in 2 groepen verdeeld. er moeten papieren met thema's/ typetjes worden gemaakt.
|
|
Uitvoering |
De groep is in 2 groepen verdeeld. De groepen staan allebei aan verschillende kanten van het lokaal. De docent staat in het midden en heeft verschillende papieren met thema's op het papier staan. De 2 groepen gaan battelen. De docent laat aan 1 groep een willekeurig papier met een thema daarop zien. De groep moet zonder te overleggen een verhaal gaan vormen. Meestal begint er 1 en doet de rest mee. Wanneer dit team klaar is, raad het andere team de 5W's. natuurlijk gaat het andersom hetzelfde. Elke keer is er 1 minuut om het te laten zien. |
|
Variatie |
Er kunnen nog kleiner groepen gemaakt worden. Inplaats van een thema kunnen er op het papier ook verschillende typetjes staan... |