
Leesvaardigheid en studievaardigheden
§1 Verkiezingen organiseren
Jullie gaan scholierenverkiezingen organiseren voor de leerlingen van CSW Van de Perre. De activiteiten die jullie hiervoor ontplooien zijn onderdeel van een project van de vakken Nederlands en maatschappijleer.
Bij maatschappijleer kom je alles te weten over hoe politiek werkt en bij Nederlands ga je praktisch met die kennis aan de slag. We gebruiken daarbij de site www.scholierenverkiezingen.nl. Hierop vind je veel informatie over politiek, zowel landelijke, provinciale als gemeentepolitiek. Je kunt er je politieke kennis toetsen en informatieve filmpjes bekijken. Daarnaast is er een stappenplan om tot een ware verkiezingscampagne te komen. Een hele uitdaging dus, want de hele school gaat merken waarmee jullie bezig zijn. Er worden namelijk verkiezingsposters en -flyers gemaakt, jullie gaan in de klassen vertellen waar jullie eigen partij voor staat en er wordt een debat georganiseerd.
Kortom: werk aan de winkel.
Succes en plezier gewenst!
§2 Politieke partijen
Opdracht 1
Bestudeer partijprogramma's van politieke partijen
Op de websites van alle politieke partijen vind je hun standpunten wat betreft de belangrijke onderwerpen. Bestudeer de programma's om te weten te komen hoe de verschillende politieke partijen denken over de belangrijkste politieke issues; Waar zitten overeenkomsten tussen partijen en waarin verschillen ze van mening? Om een goed beeld te krijgen van waar de verschillende partijen voor staan, ga je een bondig overzicht maken van de standpunten per onderwerp per partij. Hierop kunnen jullie de standpunten van jullie eigen partij baseren, want de politieke richting moet natuurlijk wel duidelijk zichtbaar zijn in jullie voorgenomen beleid.
Ga als volgt te werk:

Dit artikel is verschenen in de nrc.next van vrijdag 4 november op pagina 23
Als adoptieouders doe je het beste voor één individueel kind. Er kleven bezwaren aan, zeker, maar verbied interlandelijke adoptie niet, schrijft Hille Takken.
1) Nederland zou interlandelijke adoptie moeten verbieden, zo adviseert de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming onze regering. Kinderen zouden beter lokaal in een pleeggezin kunnen worden opgenomen. Als de wereld toch eens zo makkelijk was!
2) „Het advies aan de regering trekt een dikke streep door onze morele superioriteit”, schrijft Dido Michielsen in NRC (3/11). En twitteraars gingen ermee aan de haal. Maar adoptie is niet moreel superieur of inferieur. Het is hooguit moreel te rechtvaardigen als je een kind een goede jeugd kunt geven. Het zou wel erg naar zijn als de overheid adoptie gaat zien als iets dat niet had gemoeten, iets dat verboden moet worden.
3) Overigens stond eigenbelang voorop toen wij een kind uit de Verenigde Staten adopteerden. Na vijf miskramen wilden we graag voor een levend kind zorgen. We hadden bezwaar tegen de tijdelijkheid van pleegzorg en gingen dus voor adoptie – en Nederlandse adopties waren tamelijk zeldzaam.
4) Adoptie is bitterzoet, zo leerden wij van de directeur van ons adoptiebureau. Het is nooit een mooi ontroerend verhaal zonder pijn. Alleen al het feit dat niet alle kinderen kunnen opgroeien in het geboortegezin is zo bitter dat wij nooit voor adoptie hadden gekozen als we niet bedacht hadden dat juist een afgestaan kind een stabiel en liefdevol gezin nodig heeft.
5) Adoptie gaat soms gepaard met problemen rond hechting en identiteit. Toch is adoptie een uitkomst voor kinderen die niet bij hun biologische ouders kunnen opgroeien. Het probleem is niet hun adoptie, maar het afgestaan-zijn. En kinderen die worden afgestaan, zullen er altijd zijn.
6) In de verplichte adoptiecursus leerden wij wat echt in het belang van een kind is, aan de hand van het internationaal gerenommeerde werk van adoptiedeskundige David Brodzinsky. Deze wetenschapper trekt glasheldere conclusies uit metaonderzoek: kinderen zijn het meest gebaat bij een stabiele gezinssituatie. Ja, er kleven bezwaren aan adoptie, als het gaat om hechting en identiteit, zeker als ouders en kinderen een totaal andere huidskleur hebben en op een andere wereldhelft wonen. Maar die nadelen wegen niet op tegen het voordeel van een stabiele en dus definitieve plaatsing van een kind in een liefdevol nest.
7) Langdurige, lokale pleegzorg is een redelijk alternatief voor interlandelijke adoptie. Ware het niet dat pleegzorg in veel landen niet goed is geregeld. Sommige arme Amerikanen worden pleegouders omdat ze dan een toelage krijgen van de staat, zonder dat ze in staat zijn goed voor de kinderen te zorgen. Veel pleegkinderen worden in steeds weer andere gezinnen geplaatst. Ook in Nederland is dat het lot dat veel pleegkinderen wacht. Als het al lukt om ze in een pleeggezin te plaatsen, want er is een groot tekort aan pleegouders. Een recente wetswijziging heeft de positie van pleegouders sterk verbeterd, maar nog altijd is pleegzorg een tijdelijke maatregel. „Het doel is om kinderen terug te plaatsen bij de ouders”, staat nog altijd te lezen op pleegzorg.nl.
8) Amerikanen zien adoptie als het beste wat een kind kan overkomen als de ouders er niet voor kunnen zorgen. Adoptie is een mooie kans op een beter leven. Adoptie is definitief en hoeft contact met de geboorteouders niet in de weg te staan. Amerikaanse geboortemoeders zoeken zelf een adoptiegezin uit voor het kind.
9) De adoptiemarkt is te ‘vraaggestuurd’, stelt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Doordat er vermeend rijke Nederlanders te vinden zijn die een kind willen en kunnen adopteren, zouden arme ouders vaker een kind afstaan. Om andere landen te wijzen op deze onverantwoordelijke manier van doen, moet adoptie stoppen. Dat is eigenlijk de kern van het verhaal. Hoe paternalistisch.
10) Landen die het mogelijk maken dat afgestane kinderen internationaal geadopteerd worden, gaan niet ineens hun pleegzorg veel beter regelen omdat Nederland interlandelijke adoptie verbiedt. Geld en expertise helpen niet per se om lokaal meer en betere pleegzorg mogelijk te maken.
11) Meer geld betekent eerder: meer kindertehuizen, waar leidsters elkaar afwisselen en een goede hechting haast onmogelijk is. Niet zelden komen die weeshuizen tot stand met geld van internationale donoren. Vrachtladingen Nederlandse vrijwilligers die goed willen doen, komen zich er verlekkeren aan de schattige snoetjes, om na enkele weken of maanden toch weer verder te reizen.
12) Adoptie is geen ontwikkelingshulp. Als adoptieouders doe je het beste voor één individueel kind. Er kleven bezwaren aan, zeer zeker. Ook al omdat een kind als vanzelfsprekend bij zijn ouders wil horen en niet graag meemaakt dat vreemden onbeschaamd vragen naar de verklaring voor het verschil in huidskleur. Ook het risico op corruptie en kinderhandel is een bezwaar. Maar dat wordt eerder groter als je interlandelijke adoptie verbiedt, omdat het dan volledig buiten het zicht van de overheid plaatsvindt.
Voor Amerikanen is adoptie van het kind het best als zorg van ouders onmogelijk is.
Dit artikel is verschenen in de nrc.next van dinsdag 8 november op pagina 29
