Literaire Vaardigheid

 

 

 

Literaire vaardigheid

 

Laagland, Literatuur & Lezer 

Cursus 7 Literatuur, maker en maatschappij

Hoe komt een schrijver aan zijn onderwerpen? Hoe belangrijk is een uitgeverij of een lovende recensie in een krant? Cursus 7 gaat over de schrijver en de economische en maatschappelijke aspecten van literatuur. Om te kunnen publiceren is een schrijver afhankelijk van een uitgeverij. Recensies en literaire prijzen zijn belangrijk voor het aanzien van een schrijver en boeken. Maatschappelijke oordelen bepalen de status van boeken. Deze cursus uit je literatuurmethode bestudeer je in het kader van CSW Kiest!

 

 

Theorieboek Laagland Literatuur & Lezer 

Bestudeer Cursus 7, blz. 65 - 72

 

Oriëntatie

Tekst 1 

1 De literaire auteur

1.1 Schrijvers

1.2 Literatuuropvattingen 

Tekst 2 

2 De literaire achtergronden 

2.1 Literaire uitgeverijen 

2.2 Literaire kritiek

2.3 Literaire prijzen

2.4 Maatschappelijke erkenning en status

Tekst 3  

 

Verwerkingsboek Laagland, Literatuur & Lezer 

Werk de opdrachten uit van Cursus 7, blz. 53 - 56

 

A Leeropdrachten 

Werk opdrachten 1 t/m 12 uit in je schrift 

 

B Leesopdrachten 

Werk opdracht 1 en 2 uit in je schrift 

 

C Leeslijst 

Voor je schoolexamen literatuur moet je in totaal acht literaire werken lezen. Hieronder vind je een beperkt aantal werken binnen het thema geëngageerde literatuur. Engagement betekent letterllijk verbondenheid. Het gaat in deze werken om de verbondenheid met de maatschappij. Er wordt vaak onverbloemde kritiek gegeven op maatschappelijke problemen en misstanden in de hieronder genoemde werken. 

 

 

Lezen van romanfragmenten

Hieronder zie je een aantal foto's van auteurs en hun romans.

Via de bijbehorende links kom je bij fragmenten uit die boeken en bij bijbehorende opdrachten.

Maak deze als je docent daartoe opdracht geeft.

De fragmenten kun je natuurlijk sowieso lezen als je benieuwd bent naar het verhaal.

 

 

 

'Het smelt' Lize Spit

Opdrachten 'Het smelt'

'Vele hemels boven de zevende' Griet op de Beeck

Opdrachten 'Vele hemels boven de zevende'

'Birk' Jaap Robben

Opdrachten 'Birk'

'Geachte heer M.' Herman Koch

Opdrachten 'Geachte heer M.'

'Vallen' Anne Provoost

Opdrachten 'Vallen'

'Post voor mevrouw Bromley' Stefan Brijs

Opdrachten 'Post voor mevrouw Bromley'

'Magnus' Arjen Lubach

Opdrachten 'Magnus'

 

En?

Genoeg inspiratie opgedaan met het lezen van deze fragmenten?

Welke boeken gaan er mee in jouw vakantiekoffer?

Je docent heeft vast nog meer tips.

Vraag haar gerust om advies!

 

Veel leesplezier:)

 

 

Literatuur & Maatschappijkritiek (1) 

 

Van den vos Reijnaerde, geschreven door Willem die Madocke maakte

 

Vogala Vossenstreek

Van den vos Reynaerde

 

De Reinaert van ‘Willem die Madocke maecte’, is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een spiegel voorgehouden krijgt. Hofdag in het dierenrijk; bijna alle dieren klagen bij koning Nobel over de streken die Reinaert de vos hun heeft geleverd. Maar hoe krijg je een listige vos zover dat hij zich vrijwillig aan een gerechtelijke procedure onderwerpt? Bruun de beer en Tibeert de kater, die er achtereenvolgens opuit worden gestuurd om de vos te dagvaarden, ondervinden aan den lijve dat dat niet eenvoudig is. Nadat beide meer dood dan levend aan het hof zijn teruggekeerd, slaagt Grimbeert de das er ten slotte in Reinaert mee te krijgen naar het hof. Daar wordt hij in staat van beschuldiging gesteld en ter dood veroordeeld. Zijn aartsvijanden Bruun, Tibeert en Isengrijn de wolf vertrekken om de galg in orde te maken. Onderwijl weet Reinaert koning Nobel met een prachtig leugenverhaal wijs te maken dat juist deze drie dieren gestraft moeten worden, en dat hijzelf onschuldig is. Als hij dan ook nog terloops een schat ter sprake brengt, is de koning - en vooral de koningin - snel overtuigd: Reinaert wordt vrijgesproken. In de ontknoping van het verhaal maakt Reinaert opnieuw enkele slachtoffers. Koning Nobel en zijn hof blijven verslagen en gedesillusioneerd achter.
 
Fragment (vs. 1194-1219): 
Reinaert maakt de kater Tibeert wijs dat er in het kippenhok van de pastoor allemaal vette muizen zitten, terwijl hij weet dat Martinet, de zoon van de pastoor, juist gisteren een strik voor het gat heeft geplaatst. Tibeert aarzelt nog. Reinaert vervolgt:
‘O wy, Tybeert, twi sidi bloode?
Wanen quam uwer herten desen wanc?’
Tybeert scaemde hem ende spranc
Daer hi vant groet ongherec,
Want eer hijt wiste, was hem een strec
Omme sinen hals harde vast.
Dus hoende Reynaert sinen gast.
Alse Tybeert gheware wart
Des strecs wart hi vervaert
Ende spranc voert. Dat strec liep toe!
Tybeert moeste roupen doe
Ende wroughede hem selven dor den noot.
Hi makede een gheroup so groot
Met eenen jammerliken ghelate,
Dat Reynaert hoerde up der strate
Buten, daer hi alleene stoet,
Ende riep: ‘Vindise goet
Die muse, Tybeert, ende vet?
Wiste nu dat Martinet,
Dat ghi ter taflen satet
Ende dit wiltbraet dus atet,
Dat ghi verteert, in weet hoe,
Hi sauder u saeuse maken toe.
So hovesch een cnape es Martinet!
Tybeert, ghi singhet als ghi et.
Pleecht men tes coninx hove des?

Van den vos Reynaerde is geschreven in de dertiende eeuw, toen de ridderliteratuur nog volop bloeide. De vos spot met alles en iedereen uit die ridderwereld. De koning is zo begerig naar de niet bestaande schat waarover Reinaert spreekt, dat hij de vos gelooft en zijn trouwe vazallen afvalt. Bruun, die als boodschapper door de koning op pad wordt gestuurd om Reinaert op te halen, vergeet zijn opdracht als de vos over honing praat. De hovelingen worden gedreven door gulzigheid, wellust en honger naar macht en Reinaert maakt daar gebruik van om zijn doel te bereiken. Hij was een doortrapte schurk. De sluwe vos werd door de schrijver van dit verhaal gebruikt om zijn publiek telkens op het verkeerde been te zetten. De ene keer wekt hij bewondering door zijn slimheid, dan weer roept hij afschuw op door de manier waarop hij anderen te grazen neemt.

De schrijver van dit verhaal maakt zich meteen in de eerste regel bekend: ‘Willem die Madocke maecte’. We kennen dus zijn voornaam, Willem, en we weten dat hij deMadoc schreef, een boek waarvan geen snipper bewaard is gebleven. Van den vos Reynaerde is een heel vrije bewerking van Franse verhalen over de vos Renart. Willem heeft dit zo meesterlijk gedaan, dat hij wel een groot schrijver geweest moet zijn. Dit maakt het des te spijtiger dat zijn andere boek verloren is gegaan.

Bron: www.literatuurgeschienenis.nl 

STAD BESTUREN

 

Literatuur & Maatschappijkritiek (2)

 

Max Havelaar, geschreven door Multatuli (E.Douwes Dekker) 

Max Havelaar is een opstandig boek. Allerlei normen en waarden die in de negentiende eeuw nog vanzelfsprekend waren, worden bespot of overboord gegooid. Zo werd er toen van een schrijver verwacht dat hij zijn lezers vaderlandsliefde bijbracht. Multatuli trok zich daar niets van aan en gaf zeer scherpe kritiek op Nederland.

Hij goot die kritiek in een bijzondere vorm. Het boek opent namelijk met de koffiehandelaar Batavus Droogstoppel. Zijn voornaam ‘Batavus’ verraadt al dat hij een echte afstammeling van de Batavieren is. Hij staat dan ook model voor allerlei typische Nederlandse eigenschappen. Droogstoppel stelt zichzelf keurig aan de lezer voor. Hij handelt in koffie — Lauriergracht nr. 37 —, is een nuchtere man die goed op de zaken past, met een liefde voor de waarheid. Hij heeft principes waar hij nooit van afwijkt. Hij verafschuwt literatuur, want nergens wordt de waarheid zó verdraaid als in romans en toneelstukken. Bovendien is hij zeer godsdienstig.

Maar het wordt al snel duidelijk dat er een grote kloof gaapt tussen het zelfbeeld van Droogstoppel en zijn werkelijke gedrag. Deze ‘waarheidlievende’ Droogstoppel is blind voor alle waarheden die hem niet goed van pas komen. Hij is rijk, maar hij wil volstrekt niet weten waar die rijkdom precies vandaan komt. Die herkomst wordt onthuld als we vervolgens lezen over de lotgevallen van Max Havelaar, ambtenaar in Nederlands-Indië. De koffie waar Droogstoppel zoveel geld aan verdient, wordt verbouwd door Javaanse arbeiders, op Javaanse gronden. Maar de Javaanse boer ziet van al die gigantische winsten geen cent terug. Hij krijgt van het koloniale regime slechts nét genoeg om niet van de honger te hoeven sterven. Havelaar wil deze uitbuiting stopzetten, maar krijgt geen medewerking van zijn meerderen.

 

 

Droogstoppel heeft vele principes, maar het lot van de Javaan en de strijd van Havelaar interesseren hem niet. Want de Javaan is geen blanke christen. En dus moet deze ‘heiden’ zelfs blij zijn als hij zich dood werkt onder het juk van de gelovige Nederlander. Wie weet verdient de ‘heiden’ met deze ‘zegenrijke’ arbeid nog wel een plaats in de hemel, zo redeneert de koffiehandelaar. Net als het vaderland, komt ook de christen er in Max Havelaar bepaald niet goed vanaf. En zo’n openlijke en vooral ook scherpe kritiek op het geloof was in de negentiende eeuw ongekend.

In het slot van het boek neemt Multatuli zelf de pen op. Hij stuurt zijn fictieve personages naar huis en onthult aan de lezer de bedoelingen van zijn boek. Het fragment opent met de ‘moord’ van de schrijver op Batavus Droogstoppel.
Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary! Ik heb u geschapen... ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen... ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffi en verdwyn!

Ja, ik, Multatuli “die veel gedragen heb” neem de pen op!

[...]

Ja, ik zal gelezen worden!

Als dit doel bereikt is, zal ik tevreden zyn. Want het was me niet te doen om goed te schrijven... ik wilde zóó schryven dat het gehoord werd. En, even als iemand die roept: “houdt den dief! “ zich weinig bekommert over den styl zyner geïmproviseerde toespraak aan ’t publiek, is ’t ook my geheel om ’t even hoe men de wyze zal beoordelen waarop ik myn “houdt den dief” heb uitgeschreeuwd.

“Het boek is bont... er is geen geleidelykheid in... jacht op effekt... de styl is slecht....de schryver is onbedreven... geen talent... geen methode..”

Goed, goed, alles goed! Maar... de Javaan wordt mishandeld!

Multatuli kwam niet alleen in opstand tegen de morele orde. Een schrijver die de illusie van de romanwereld zomaar ophief, en zijn eigen creatie (Droogstoppel) genadeloos in de koffie liet stikken, was nogal vooruitstrevend. In die tijd trokken schrijvers vaak een ernstig en fatsoenlijk gezicht tegenover hun lezers. Multatuli staat in dit slot voor ons met opgerolde hemdsmouwen en gebalde vuisten. Dat was in Nederland niet eerder vertoond.

Zijn taal moest sprankelen, leven, alsof er iemand vanaf het papier sprak tegen de lezer. Zijn teksten hebben daarom altijd een suggestie van losheid, alsof alles in één keer op het papier is gezet. Geen wonder dus dat hij zó kwistig gebruik gemaakt van de gedachtepuntjes ....

Ook dat was opstand. Taal was volgens hem een natuurlijk iets. En alle voorschriften waren onnatuurlijke uitvindingen van verdorde schoolmeesters. Alles wat leeft was volgens hem grillig, weerbarstig en heeft ruimte nodig om te kunnen groeien. In een beroemde uitspraak vatte hij zijn streven naar een natuurlijke schrijfstijl als volgt samen:

‘Ik leg me toe op 't schryven van levend hollandsch. Maar ik heb schoolgegaan.’

Nederland werd in de negentiende eeuw bevolkt door dominees, schoolmeesters en handelaren. Multatuli kreeg in één keer ruzie met hen allemaal. 

 

Bron: www.literatuurgeschiedenis.nl 

Literatuur & Maatschappijkritiek (3) 

Bommen, geschreven door Paul Rodenko 

 

De stad is stil.
De straten
hebben zich verbreed.
Kangeroes kijken door de venstergaten.
Een vrouw passeert.
De echo raapt gehaast
haar stappen op.

De stad is stil.
Een kat rolt stijf van het kozijn.
Het licht is als een blok verplaatst.
Geruisloos vallen drie vier bommen op het plein
en drie vier huizen hijsen traag
hun rode vlag.

---------------------------
uit: 'Gedichten' (1951)

 

 

z w a r t w i t

 

Literatuur & Maatschappijkritiek (4) 

 

Zwart Wit, geschreven door Frank Boeijen 

 

Hij liep daar in de stad
's Avonds laat
Plotseling aan de overkant
Zag hij ze staan
Iemand riep "je hoort niet bij ons"
Mes, steek, pijn

refr.:
Denk goed na aan welke kant je staat
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart)
Denk niet zwart-wit
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart)
Denk niet zwart-wit
Maar in de kleur van je hart
Maar in de kleur van je hart

Donker was de straat
Op weg naar het plein
Een taxi, het is te laat
Het is voorbij
Wie wil er bloed op de achterbank
Van de werkelijkheid

refr.
Denk goed na aan welke kant je staat
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart)
Denk niet zwart-wit
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart)
Denk niet zwart-wit
Maar in de kleur van je hart
Maar in de kleur van je hart

Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart)
Denk niet zwart-wit
Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart)
Denk niet zwart-wit
Maar in de kleur van je hart
Maar in de kleur van je hart
Maar in de kleur van je hart
Maar in de kleur van je hart

 

[ klik op de youtubevideo ]

 

 

 

Literatuur & Maatschappijkritiek (5) 

 

De andere wereld, geschreven door Marten Toonder

beschrijft herkenbare problemen van vluchtelingen in een prachtige cartoonvorm. 

Quote: "Op het onbetreden pad van de Andere Wereld heb ik de voetstappen van een onzichtbare hand waargenomen, die ik aan het licht MOET brengen. Want als ik erover zou zwijgen, zou de lezer doof blijven voor mijn meeslepende blootlegging"... 

 

Literatuur & Maatschappijkritiek (6) 

 

Anansi's web, geschreven door Lydia Rood 

beschrijft de lotgevallen van een jonge slaaf, Kofi en zijn stam. het verhaal wordt onderbroken met fragmentjes over kinderen, die de belevenissen van de spin Anansi naspelen. De verhalen van Anansi lopen door het boek als een web, dat alles met elkaar verbindt. 

 

 

Literatuur & maatschappijkritiek (7) 

 

Dit zijn de namen geschreven door Tommy Wieringa

‘Dit zijn de namen van de zonen van Israël...’ Zo begint het Bijbelboek Exodus. Maar de vluchtelingen die Tommy Wieringa in zijn roman Dit zijn de namen door een onbestemde steppe laat dolen dragen aanvankelijk helemaal geen namen. De jongen, de vrouw, de lange man, de stroper, de Ethiopiër... worden zij genoemd, want deze ‘vooruitgeschoven posten van hun familie, hun dorp, hun gemeenschap’ staan voor de velen die op zoek gaan naar een betere wereld elders. Nooit zullen ze daar arriveren, want deze gelukszoekers zijn bedrogen door mensensmokkelaars en tijdens hun maandenlange tocht dunt de dood hun rangen uit – tot er nog vijf van hen resten.

De barre omstandigheden creëren een hel die nog helser wordt door alle onmenselijkheden die mensen in een dergelijke context kenmerken: het recht van de sterkste geldt, de stervenden worden beroofd. En de zwarte – ‘de andere’ - wordt verstoten en vermoord. Maar in een cultus rond zijn lijk zal het resterende groepje zich uiteindelijk verenigen. ‘Hun verbeelding heeft een heilig monster geschapen, of een monsterachtige heilige.’

Niet in een betere wereld komen ze uiteindelijk aan, maar in Michailopol, een stad in ontbinding, een corrupt gat aan de rand van de voormalige Sovjet-Unie. Ze belanden in de cel bij politiechef Pontus Beg. De lezer is dan – in hoofdstukken alternerend met episodes uit de verdoemde steppetocht - al vertrouwd geraakt met het onspectaculaire leven van deze filosofisch gestemde man die, nu hij wat ouder wordt, is gaan graven naar zijn wortels en bevangen is geraakt door het verlangen Jood te zijn. De voorbije tocht van de havelozen in zijn cel moet hem wel doen denken aan de Bijbelse trek door de woestijn, nu hij zelf verleid is door de bekoring van een god van wie hij de uitverkorene is. Op het kruispunt van de twee verhaallijnen wordt de lezer zo uitgenodigd tot een reflectie over religie en zingeving.

Dit zijn de namen is een boek waarin stilistische bravoure, filosofische diepgang en aforistische kracht gepaard gaan met een hecht getimmerde compositie. Een donkere roman over migratie en godsdienst die tegelijk licht is, want gemaakt van lenige, sierlijke taal. 

Bron http://www.librisliteratuurprijs.nl/2013/wieringa