Schrijfvaardigheid en Studievaardigheden

Schema werkwoordspelling .pdf

Schrijftips

Zakelijke brief

Uiteenzetting

Leesvaardigheid Kernzinnen van alinea's

Formuleren

Een schrijver van een tekst bedenkt eerst de inhoud: wat ga ik zeggen? Daarna vraagt hij zich af: hoe ga ik het zeggen, hoe ga ik mijn gedachten formuleren?

Allereerst moet de schrijver zijn zinnen correct formuleren. Wie het Nederlands onvoldoende beheerst en (veel) zinsbouwfouten maakt, wordt als schrijver minder serieus genomen. Dat leidt ertoe, dat de lezer ook de boodschap van de tekst - de inhoud - niet zal accepteren.

Verder is het voor de lezer plezierig wanneer de schrijver zijn tekst begrijpelijk en aantrekkelijk formuleert. Daarbij moet hij letten op zowel woordkeus als zinsbouw.

Correct formuleren

Veel schrijvers maken formuleringsfouten. Wie zulke formuleringsfouten kan herkennen, kan bij het schrijven proberen die fouten te voorkomen.

Dit zijn zeven veel voorkomende formuleringsfouten:

 

1 dubbelop

   1.1 onjuiste herhaling

   1.2 tautologie

   1.3 pleonasme

   1.4 contaminatie

   1.5 dubbele ontkenning

 

2 fouten met verwijswoorden

   2.1 onjuiste verwijswoorden

   2.2 slordig verwijzen

 

3 incongruentie

 

4 dat/als - contructie

 

5 foutieve samentrekking

 

6 foutieve beknopte bijzin

 

7 losstaand zinsgedeelte

 

 

 

3 incongruentie https://youtu.be/1OQwWpUH240

3 incongruentie

 

Onderwerp en persoonsvorm moeten gelijk zijn in getal. Dus als het onderwerp enkelvoudig is, moet de persoonsvorm ook enkelvoudig zijn. En als het onderwerp meervoudig is, moet de persoonsvorm ook meervoudig zijn.

Gelijkheid in getal noemen we congruentie.

Fout is:

Een groot aantal mensen (O) zijn (PV) naar de bijeenkomst gekomen. Zijn moet zijn: is (aantal is enkelvoudig).
Een zwerm (O) bijen achtervolgden (PV) de jongen. Achtervolgden moet zijn: achtervolgde (zwerm is enkelvoudig).
Volgens Van Gaal geeft (PV) de media (O) een foute weergave van de gebeurtenissen. Goed is: de media geven (Media is het meervoud van medium.).

 

 

4 dat/als - constructie https://youtu.be/XK7CWIpoV4o

4 dat/als - constructie

 

In de volgende zinnen geven de gecursiveerde delen een voorwaarde aan. Je kunt zo’n voorwaarde beter achteraan de zin zetten. Er een aparte zin van maken mag ook. Als je van ‘ík denk’ of ík vind’ ‘volgens mij’ maakt, kun je het probleem vermijden.

Fout is:

Ik denk, dat als de minister vindt dat er te veel geweld op TV is, dat hij dan maatregelen moet nemen.
Ik vind, dat wanneer de overheid niets tegen de files doet, dat dan het bedrijfsleven de problemen moet aanpakken.
De schoolleiding heeft besloten dat wanneer leerlingen gaan staken, zij dan de lessen moeten inhalen.

Goed is:

Ik denk dat de minister maatregelen moet nemen als de meerderheid van de bevolking vindt dat er te veel geweld op TV is.
Ik vind dat het bedrijfsleven de problemen moet aanpakken wanneer de overheid niets tegen de files doet.
De schoolleiding heeft besloten dat leerlingen de lessen moeten inhalen als zij gaan staken.

 

 

5 foutieve samentrekking

 

In zinnen die verbonden zijn door en of maar kun je soms één of meer zinsdelen weglaten.

Weglating mag alleen als de woorden die je weglaat in beide zinnen:

 

 

5 foutieve samentrekking https://youtu.be/5J-bZY64qx8

6 foutieve beknopte bijzin

In een beknopte bijzin staat geen onderwerp (het zogenaamde verzwegen onderwerp). Als je er een gewone bijzin van maakt, moet het onderwerp verwijzen naar dezelfde persoon/ zaak als het onderwerp uit de hoofdzin.

Hard lopend werden de boeven door de politie in de gaten gehouden. Terwijl de boeven (onderwerp) hard liepen, werden de boeven (onderwerp) door de politie in de gaten gehouden.
Fout is:
Wachtend op het perron bleek de trein al vertrokken. (De trein staat niet op het perron te wachten)
Reagerend op uw e-mail ontvangt u hier de door u gevraagde folders. (degene die reageert, is niet de ‘u’ die ontvangt).

Opmerking

Er zijn drie soorten beknopte bijzinnen:

 

 

 

 

6 Foutieve beknopte bijzin https://youtu.be/OXh-DEGPP7g