Amfibieƫn
Gewervelde, koudbloedige dieren, met een dunne slijmerige huid. Leggen eieren zonder schaal, in het water. Halen als jong adem met kieuwen en huid, maar halen als volwassen dier adem met huid en longen. |
|
Cocon
De huid die de larve omringt tijdens de verpopping.
|
|
Gedaanteverwisseling
De verandering van uiterlijk, levensbouw en levenswijze in de overgang van ei naar volwassen dier. Ook wel metamorfose genoemd.
|
|
Geleedpotigen
Groep van ongewervelde dieren die tweezijdig symmetrisch zijn en een uitwendig skelet hebben in de vorm van een pantser. Ze hebben een geleed lichaam (segmenten) en gelede poten. Bijvoorbeeld: duizendpoten, kreeftachtigen, spinachtigen en insecten.
|
Larve
Eerste levensfase van een dier tijdens een metamorfose. Bijvoorbeeld de rups van een vlinder. |
|
Levenscyclus
De volledige opeenvolging van de fasen van groei en ontwikkeling van een organisme. De levenscyclus loopt van de bevruchting tot het sterven.
|
|
Metamorfose
De verandering van uiterlijk, levensbouw en levenswijze in de overgang van ei, rups, pop, naar volwassen dier. Ook wel gedaanteverwisseling genoemd.
|
|
Onvolkomen metamorfose
Net als een gewone metamorfose, alleen vindt er geen verpopping plaats. De larven lijken al een beetje op de volwassen dieren.
|
|
Verpopping
Stadium waarbij de larve overgaat naar het volwassen dier.
|