|
Lesweek |
Inhoud |
Doel |
|
5 |
Samenwerken |
Leerlingen kunnen elkaar constructieve feedback geven. |
Na deze les kun je:
• Samenwerken met klasgenoten en lever je een actieve bijdrage om de samenwerking te laten slagen;
• De voor- en nadelen van samenwerken benoemen;
• De tien stappen van samenwerken toepassen;
• Constructieve feedback geven;
• Een opdracht samen met een leergroep uitvoeren.
Goed samenwerken en tot een oplossing komen lukt alleen als je goed met elkaar overlegt en communiceert. Gebruik hiervoor de LSD methode: luisteren, samenvatten en doorvragen. Op deze manier krijg je het probleem duidelijk en kunnen jullie in de groep werken aan een oplossing.
Feedback geven en krijgen is belangrijk om snel en goed te leren. Je leert door iets te lezen, op te zoeken, op te
schrijven etc. Ook van andere mensen kun je veel leren. Feedback van docenten en medeleerlingen kunnen je helpen, aanmoedigen, laten nadenken en bijsturen. Feedback krijgen en geven is een belangrijke vaardigheid; niet alleen op school maar ook in werksituaties.

Feedback betekent letterlijk ‘terugkoppeling’. Je laat de ander weten hoe je zijn of haar boodschap hebt begrepen. Je laat merken welk effect het op je heeft en wat je ervan vindt. Je maakt duidelijk wat je van iemands gedrag vindt.
Feedback geven we de hele dag door. Bijvoorbeeld als iemand je onverwacht opbelt en jij spontaan reageert met: “wat leuk dat je me belt.” Of iemand geeft je een cadeautje dat recht in de roos is, waarop je zegt: “dat had ik nou net nodig”. Moeilijker wordt het als je dat cadeautje niet leuk vindt. Wat zeg je dan?
Feedback is bedoeld om de ander te helpen beter te worden. Niet om iemand te straffen of op fouten te wijzen. De kunst is feedback te geven in de vorm van tips en suggesties. Zodat iemand het de volgende keer beter kan doen.
Regels feedback geven:
Spreek vanuit jezelf, je begint je feedback dus altijd met ‘ik’.
Zeg iets over het gedrag van iemand. Dus bijvoorbeeld: ‘ik zie’ of ‘ik hoor’.
Vertel welk effect het gedrag van de ander op jou heeft.
Probeer iets te zeggen waar de ander wat aan heeft. Geef geen oordelen.
Wacht niet te lang met feedback geven.
Als je feedback gegeven hebt, kun je vragen hoe het overkomt. Herkent de ander wat je zegt? Je kunt daarbij ook nog zeggen hoe het anders kan.
Regels feedback ontvangen:
Probeer goed te luisteren naar wat iemand over je zegt. Daar leer je altijd van.
Laat iemand uitpraten en denk na over wat er gezegd is.
Als je niet begrijpt wat iemand bedoelt, vraag dan om uitleg.
Blijf rustig en positief.
Ga niet in de verdediging, maar accepteer wat iemand gezegd heeft. Je hoeft het er niet mee eens te zijn.
Zie een mening van iemand anders als een kans je verder te ontwikkelen.
Belangrijk: geef feedback in de juiste verhouding. Noem altijd pluspunten en minpunten.
Opdracht:
- Puzzel
- Samenwerkingsopdracht vorige les af maken en presenteren