|
Lesweek |
Inhoud |
Doel |
|
9 |
Reflecteren
|
Leerlingen kunnen reflecteren op hun eigen handelen en hieruit een leerdoel formuleren. Leerlingen kunnen een reflectieverslag schrijven. |
Na deze les kun je:
• reflecteren op je eigen leerdoelen;
• reflecteren op de leerperiode met behulp van de STARTT-methode;
• n.a.v. de reflectie op vorige leerperiode, leerdoelen voor de volgende leerperiode SMART opstellen.
Reflecteren met behulp van het STARRT-model
Tijdens je stage zal jij jezelf verder ontwikkelen. Om je bewust te worden van je ontwikkeling en die ontwikkeling te sturen, moet je reflecteren. Er zijn verschillende manieren van reflectie. Eén ervan is het STARRT-model.

Wat heb jij bij deze opdracht gedaan?
|
S |
Situatie |
Beschrijf de opdracht waarin je moest samenwerken. |
|
|
T |
Taken |
Wat was jouw taak of rol in deze opdracht? Wat werd er van je verwacht? |
|
|
A |
Activiteiten |
Hoe heb jij dit aangepakt? Hoe heb je eventuele problemen opgelost? Wat waren de opmerkingen die je vanuit de groep kreeg? Hoe ben je met opmerkingen uit de groep omgegaan? Hoe heb je het voor elkaar gekregen om je activiteit uit te voeren? |
|
|
R |
Resultaat |
Wat was het resultaat? Hoe zag het resultaat eruit? Wat vond je van het resultaat? Wat vonden je groepsgenoten ervan? |
|
|
R |
Reflectie |
Hoe vond je dat je het deed? Was je tevreden met het resultaat? Wat zou je een volgende keer anders doen? (in deze of een vergelijkbare situatie) Welke competenties zijn belangrijk om in te zetten? |
|
|
T |
Toepassen |
Wat ga je de volgende keer anders doen? Wat ga je in de toekomst veranderen? |
|
Opdracht:
- Kunstwerken bespreken.
- Leerdoelen er bij pakken (periode 2, les 1) Heb je je doelen gehaald?
- Theorie bespreken.
- Vorm een groep o.b.v. de leerdoelen. Ga nu via de STARRT methode reflecteren op je leerdoelen (individueel). Dit wordt je reflectieverslag.
- Lees en beoordeel het reflectieverslag van een klasgenoot; schrijf feedback, een tip en een top.