Les 9

Lesweek

Inhoud

Doel

9

Verslagen maken, informatie zoeken/verwerken en analyseren

Betrouwbaarheid van bronnen: de leerling weet de betrouwbaarheid en de relevatie van bronnen te bepalen.
Omgaan met informatie: de leerling kan informatie expliciteren en concreet maken.
 

           


Na deze les kun je:

• Verslagen in de juiste vorm gieten;
• Hoofd- en bijzaken onderscheiden;
• De betrouwbaarheid van bronnen inschatten;
• Informatie expliciteren en concreet maken;
• Taal effectief en correct inzetten;
• Verantwoording nemen voor een verzorgd verslag.

Bronnen
Als je een verslag gaat schrijven, wil je informatie hebben voor in je verslag. Deze informatie heb je deels in je hoofd, maar ook zal je op zoek moeten naar informatie voor in je verslag. De plek waar je informatie vindt, die je in je verslag wilt gebruiken, noem je een bron. Deze bron kan een boek zijn, of een tijdschrift of film. De meest gebruikte bron op dit moment is internet. 

 

De betrouwbaarheid van bronnen
Bronnen zijn niet allemaal even betrouwbaar. Vooral op het internet moet je oppassen, want op het internet kan iedereen informatie delen, ook de mensen die er geen verstand van hebben. Je hebt dus een grote kans dat je onvolledige, of zelfs foute informatie vindt. Om te weten of een bron betrouwbaar is, bestaat er een checklist. Deze checklist staat hieronder.


Checklist betrouwbaarheid van bronnen
http://www.webdetective.nl/index.php/checklist
 

Bronnen vermelden
Probeer zo weinig mogelijk letterlijk over te nemen uit bronnen, maar gebruik de informatie om er je eigen verhaal van te maken. Wanneer je wel letterlijk iets over besluit te nemen, dan ben je aan het citeren. Belangrijk is dat je dan altijd precies vermeldt waar je dit citaat gevonden hebt en wie het geschreven heeft. Anders ben je schuldig aan plagiaat. Dit houdt in dat je tekst ‘steelt’ van iemand anders en dit kan vervelende gevolgen hebben. Daarnaast is het ook niet netjes om iets van een ander te gebruiken en net te doen alsof het van jezelf is.

Wanneer je iemand citeert, zet je dit citaat tussen aanhalingstekens. Vervolgens zet je tussen haakjes de naam van de auteur, het jaar van uitgave en het eventuele paginanummer. Wanneer je niet citeert maar het in eigen woorden opschrijft doe je hetzelfde, alleen laat je de paginanummers weg. Helemaal aan het eind van je werkstuk maak je vervolgens een hoofdstuk “bronvermelding”, waarin je alle schrijvers, titels en jaren van uitgave noemt van de bronnen die je hebt gebruikt. Dit doe je zo bij online bronnen:

Wanneer er een schrijver bekend is:
Jansen, Jan. (2014). De geschiedenis van de auto. Geraadpleegd op 7 juli 2014, van www.auto.nl

Wanneer er geen schrijver bekend is noem je het bedrijf:
Noorderpoort. (z.d.). Over Noorderpoort. Geraadpleegd op 7 juli 2014, van http://noorderpoort.nl/overnoorderpoort/Paginas/default.aspx

Wanneer er geen datum bekend is, gebruik je z.d. Dit is de afkorting van ‘zonder datum’. Schrijf je bronnenlijst altijd in alfabetische volgorde!

Informatie verwerken
Informatie die je vindt past niet altijd zomaar in je werkstuk. De kunst is om het zó te verwoorden, dat het past in jouw verslag. Je mag informatie namelijk nooit zomaar kopiëren en plakken. Er moet wel iets mee gebeuren. Dit kan betekenen dat je het informeler opschrijft. Want soms is informatie die je vindt heel erg formeel of zelfs moeilijk geschreven. Aan jou dan de taak om deze informatie begrijpelijk te maken voor jouw doelgroep.


De inhoud blijft hetzelfde, de vorm verandert
Wanneer je de informatie verwerkt, pas je het zo aan dat je het kunt gebruiken voor je verslag. De inhoud van de informatie blijft dan hetzelfde, maar de vorm verandert. Dit betekent dat de informatie in je verslag nog steeds hetzelfde betekent, maar dat je het anders hebt opgeschreven. In eigen woorden.

 


Verbanden leggen
Als je informatie verwerkt moet je ook verbanden leggen. Je zal na moeten gaan welk verband er bestaat tussen de informatie die je gevonden hebt en wat je wilt gaan vertellen in je verslag. Zodra je informatie hebt gevonden, stel jezelf dan de vraag: waarom is deze informatie nuttig voor mijn verslag? Soms is de informatie nuttig omdat het een voorbeeld geeft. Of omdat het iets bewijst. Of omdat het iets uitlegt. Ga altijd voor jezelf na waarom de informatie nuttig is.

 

 

Concreet maken
Belangrijk is dat je de informatie concreet kunt maken. Concreet betekent dat er een duidelijk beeld van te vormen is. Voor de lezer moet meteen duidelijk zijn wat er bedoeld wordt met de informatie die jij noemt. Soms is iets heel theoretisch omschreven in de bron. Jij zal er dan er in je verslag voor moeten zorgen dat de informatie toch duidelijk wordt voor je doelgroep.

Ook moet je soms de gevonden informatie nuttig maken. Een voorbeeld: je schrijft een verslag over de overeenkomsten tussen apen en mensen. Je vindt nuttige informatie over een speciale groep apen die met stokjes jaagt op kleine prooien. Hoe verwerk je dit dan in je verslag?

 

 

 

Stap 1: bedenk wat de hoofdgedachte is van je tekst.
In dit geval: mensen en apen hebben overeenkomsten.

Stap 2: vraag jezelf af waarom deze informatie nuttig is voor in je verslag.
In dit geval: de apen jagen met stokjes. Dit lijkt op jagen met wapens. Het is dus een overeenkomst tussen mensen en apen. Dus is het bewijs!

Stap 3: maak de informatie concreet.
In dit geval: Wanneer je alleen in je verslag zet: “apen en mensen komen overeen want apen jagen met stokjes” snapt niemand wat je bedoelt. Je moet verbanden leggen. Want apen jagen met stokjes. Dit lijkt op jagen met wapens. Apen gebruiken dus wapens. En mensen doen dit ook! Een overeenkomst is dus dat mensen en apen beide met wapens jagen. Zo schrijf je het dus ook op in je verslag.

 

 

Opdracht:
- Theorie
- Kies een onderwerp en zoek hierbij een 2 artikelen. Dit doe je bijvoorbeeld via Google Scholar of in vakdatabases. Deze bronnen check je aan de hand van bijgevoegde website (zie link hier boven). Deze informatie moet je bewaren!
- Schrijf nu in eigen woorden op waar de artikelen over gaan, wat ze met elkaar te maken hebben en waarom je deze artikelen gekozen hebt.

 

LET OP!: Bewaar de gevonden artikelen goed. Deze worden weer gebruikt tijdens studievaardigheden les 5, periode 2.

 

 

Bijlage les 9