Planning periode 2

 

Lesweek

Inhoud

Doel

1

Reflecteren

 

Je weet wat reflectie betekent en wat de zin ervan is.

Je kunt reflecteren op je eigen handelen en hieruit een leerdoel formuleren.

2

Plannen

Je maakt een planning van periode 2.

3

Plannen

Opdracht structureren: je weet hoe je een opdracht moet structureren.

4

Presenteren, informatie zoeken en analyseren.

 

Doel bepalen: je kan het doel van de presentatie bepalen.

Hoofd- en bijzaken: je kan hoofd- en bijzaken onderscheiden.

Taalgebruik: je kan helder formuleren en het taalgebruik afstemmen op het doel en de doelgroep.

5

Presenteren, informatie zoeken en analyseren.

Informatie zoeken: je kan de relevantie en betrouwbaarheid van bronnen inschatten.

Informatie gebruiken: je kan verbanden tussen concepten leggen en abstracte gegevens concreet maken.

Opbouw: je kan de informatie in de presentatie logisch ordenen.

6

Presenteren, informatie zoeken en analyseren.

Feedback: je kan feedback geven, ontvangen en verwerken.

Eigen mening: je kan je eigen mening analyseren en verklaren.

Hulpmiddelen: je weet de hulpmiddelen (ICT) correct in te zetten.

7

Teksten lezen

 

 

Mindmappen: je weet hoe je een mindmap maakt.

Verbanden leggen in een tekst: je weet hoe je verbanden kunt leggen

 

8

Teksten lezen

 

Toets leren: je weet hoe je een toets moet leren

Jezelf overhoren: je weet hoe je jezelf kunt overhoren voor een toets

9

Reflecteren

 

Je kunt reflecteren op je eigen handelen en hieruit een leerdoel formuleren.

Leerlingen kunnen een reflectieverslag schrijven.