|
Lesweek |
Inhoud |
Doel |
|
4 |
Samenwerken |
De leerling kan samenwerken met klasgenoten en levert een actieve bijdrage om het samenwerken te laten slagen. |
Na deze les kun je:
• Samenwerken met klasgenoten en lever je een actieve bijdrage om de samenwerking te laten slagen;
• De voor- en nadelen van samenwerken benoemen;
• De tien stappen van samenwerken toepassen;
• Constructieve feedback geven;
• Een opdracht samen met een leergroep uitvoeren.
Samenwerken
Kunnen samenwerken is geen aangeboren eigenschap. Dat moet je leren. Hoe beter je kunt samenwerken, hoe leuker leren - en straks ook werken - wordt! Wanneer mensen samenwerken, zetten ze zich gezamenlijk in om een bepaald doel te bereiken. Samenwerken is heel efficiënt, want daarmee maak je gebruik van elkaars kwaliteiten.
Competentie
Samenwerken is een belangrijke competentie. Om goed te kunnen samenwerken heb je een aantal vaardigheden nodig. Denk aan: je gedachten kunnen verwoorden, je mening geven, goed luisteren, vragen stellen, overleggen, initiatief tonen en goed op elkaar kunnen reageren.
Stappen
Samen een opdracht of project uitvoeren houdt in dat je in staat bent de volgende stappen te zetten:
Bespreken hoe een project of opdracht moet worden aangepakt
Afspreken wanneer het klaar moet zijn
Het werk eerlijk verdelen
Met elkaar overleggen voordat je iets gaat doen
Elkaar vertellen wat er gebeurd is en wat je gedaan hebt
Actief meedoen
Elkaar aan de gemaakte afspraken houden
Definitie van samenwerken:
Samenwerken betekent: je gezamenlijk inzetten om een bepaald doel te bereiken. Samenwerking vindt plaats tussen minimaal twee personen, in een groep of tussen meerdere groepen tegelijk.
Om de competentie samenwerken goed te beheersen moet je zelf een bepaald gedrag laten zien. Arceer in onderstaande lijst de gedragsindicatoren die je al onder de knie hebt.
Gedragsindicatoren
Ik overleg in een groep over taken.
Ik kom gemaakte afspraken na.
Ik geef relevante informatie aan het team.
Ik stel gerichte vragen aan collega’s en klasgenoten om relevante informatie te verkrijgen.
Ik houd rekening met verschillen tussen mensen en hun manier van werken en communiceren.
Ik houd collega’s en klasgenoten op de hoogte van de stand van zaken van mijn deeltaak.
Ik stimuleer en help collega’s en klasgenoten als de situatie daar om vraagt.
Ik geef aan wanneer en waarom ik niet meer optimaal kan functioneren.
Ik draag zorg voor anderen als zij niet meer optimaal kunnen functioneren.
Ik reageer flexibel door mijn werkwijze te wijzigen indien nodig.
Ik stem mijn werkzaamheden af op die van mijn collega’s.
Ik neem als teamlid mijn verantwoordelijkheid voor het eindresultaat.
Ik neem verantwoordelijkheid voor de hulp die ik bied.
Ik stel het gemeenschappelijke resultaat van het team centraal.
Ik draag bij aan een positieve werksfeer.
Leergroepen
Om goed te kunnen samenwerken hoef je niet persé vrienden te zijn. Op school moet je ook wel eens samenwerken met iemand, die niet je vriend of vriendin is. Dat hoort er nu eenmaal bij. Ouders kunnen ook niet op hun werk zeggen: Die collega vind ik niet aardig, ontsla die maar. Om goed met elkaar te kunnen samenwerken is het belangrijk om onderstaande 10 stappen met je leergroep door te spreken. (zie bijlage)

Opdracht:
- Gezamelijke groepsopdracht
- Welke gedragsindicatoren heb jij al onder de knie en in welke wil jij oefenen?
- Leergroep maken van 4/5 personen + kwaliteitenspel
- Kiezen uit één opdracht: kwartet maken of Soapie gezocht
- Samenwerkingscontract opstellen
10 stappen voor de perfecte samenwerking