Exitkaart: Formatieve evaluatie instrument dat gebruikt kan worden om de opgedane kennis te toetsen.
Filters (licht): Filters die ervoor zorgen dat alleen licht met een bepaalde kleur door kan.
Fotodiodes: Halfgeleider component dat licht omzet in een elektrische spanning.
Fototransistor: Transistor dat gevoelig is voor de hoeveelheid licht.
Illusie: Verkeerde interpretatie van de werkelijkheid door de hersenen.
Kleurenspectrum (zichtbaar): Reeks van kleuren (uit wit licht) die zichtbaar zijn voor het menselijk oog.
Kleursensor: Sensor die de kleur van een oppervlak (voorwerp) kan waarnemen.
LDR (Light Dependent Resistor of photoresistor): Weerstand dat gevoelig is voor de hoeveelheid licht.
Licht: Elektromagnetische straling dat zich zowel als golf en als deeltje (foton) gedraagt.
Lichtsensor: Sensor die de lichtsterkte in de buurt van de sensor meet.
NTC (Negatieve Temperatuur Coëfficiënt): Weerstand dat gevoelig is voor de temperatuur van de omgeving.
RGB (Rood-Groen-Blauw): Basiskleuren van licht. Met een combinatie van deze drie kleuren is het mogelijk om andere kleuren te maken.
Sensor: Elektronische component dat de omgeving kan waarnemen.
Systematische Probleem Aanpak (SPA): een gestructureerde methode om complexe vraagstukken op te lossen, waar je niet direct een antwoord op hebt.
Temperatuursensor: Sensor die de temperatuur in de buurt van de sensor meet.