Als je de opdrachten, die bij dit thema horen, goed wilt doen, zul je ook iets moeten weten over de taalregels, de grammatica - Grammatik.Je gaat leren over:
de vervoeging van zwakke werkwoorden;
het zelfstandig naamwoord in het Duits (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig);
de eerste naamval (=onderwerp) en vierde naamval (=lijdend voorwerp) van het lidwoord en het bezittelijk voornaamwoord.
Over ieder onderwerp bestudeer je de theorie in StudioDuits en maak je een of enkele oefeningen.