Met behulp van het veldwerk, bouw- en/of kaveltekening ga je de basistekening of ondergrond maken. Je moet in staat zijn gegevens te verzamelen en zodanig op papier te zetten, dat het object duidelijk is voor anderen, bijvoorbeeld de ontwerper. Toepassing van de juiste schaal is hierbij belangrijk.
Als de (bouw-)tekening waar je vanuit gaan, niet de juiste schaal heeft moet de tekening vergroot of verkleind worden. Dit kan op verschillende manieren:
Door het tekenen van hulplijnen. Ga uit van het belangrijkste element (bijv. het huis) en zet daar maten bij. Bij het maken van de tekening worden deze maten omgerekend naar de andere schaal. Bijvoorbeeld: als je uitgangstekening 1:100 is, vermenigvuldig je de maten met 2 voor schaal 1:50. Je kunt ook een schaallat gebruiken.
Door het tekenen van een ruitennet. Je maakt een ruitennet op het origineel en vergroot deze op de kopie. Dan neem je de tekening over waarbij je vooral let op de snijpunten met het ruitennet. Deze methode is vooral handig bij onregelmatige vormen.
Met een kopieerapparaat. Maar omdat een vergroting of verkleining met het kopieerapparaat meestal niet erg nauwkeurig is, moet je op het origineel een schaalbalk tekenen die ook op de kopie precies aangeeft wat de schaal is.