
De keuze van de lijndikte hangt onder meer af van:
Als je verschillen in lijndiktes wilt toepassen gebruik dan tenminste voor een verhouding 2:1.
Welke lijndikte je kiest is meestal een kwestie van routine, ervaring of gevoel. Lijnen moeten zwaarder getekend worden als de schaal groter wordt. De verdikking van de lijnen is bij lange na niet evenredig met de vergroting van de schaal. Want een lijndikte van 0.18 in een tekening van 1:1000 wordt bij 10x vergroten naar 1:100 maar 2x zo dik nl 0.36 cm, en niet 10x0.18=1.80 cm.
Probeer de lijndiktes steeds op dezelfde manier te gebruiken, dus bijv. voor de kaderlijn gebruik je altijd lijndikte 1.0 en voor de details in dezelfde tekening 0.5.
De gebruikte lijndikte in een plattegrond zegt iets over de hoogte van het object. Hoe dikker de lijn, hoe hoger het object. Dus een boomkroon geef je met een dikkere lijn weer dan bijv. de vaste planten in dezelfde tuin.
Je kunt in plaats van doorgetrokken lijnen ook kiezen voor onderbroken lijnen - - - - - - - - - of stippellijnen . . . . . . . . Geef in de legenda altijd aan wat de verschillende lijnen voorstellen.