Opdracht 3: het huishoudboekje van Nederland

Opdracht 3: het huishoudboekje van Nederland


Huishoudboekje van Nederland

Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de rijksbegroting en het belastingplan voor het komende jaar. Het ‘Huishoudboekje van Nederland’ geeft je inzicht in de inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid.
Het huishoudboekje geeft je antwoord op vragen als ‘wat zijn de inkomsten van de overheid en waar geeft de overheid geld aan uit én hoeveel’. Hoeveel geld wordt er bijvoorbeeld uitgegeven aan volksgezondheid, onderwijs, sociale zekerheid, maar ook aan rente over de staatsschuld?

Op de onderstaande afbeelding vind je de begroting van de derde dinsdag in september 2019. De begroting gaat dus over de inkomsten en uitgaven in 2019.


Prinsjesdag

De grote landelijke dagbladen brengen speciaal informatie uit over Prinsjesdag- (de Rijksbegroting) op hun websites. Ook de NOS en het Ministerie van Financiën publiceren Prinsjesdagdossiers.

Zoek via internet (of krant) informatie op over Prinsjesdag. Beantwoord vervolgens de vragen.

  1. Wat zijn volgens jou de meest opvallende onderdelen uit de regeringsplannen voor het komende jaar. Noem er drie.

    Het huishoudboekje van Nederland. Elk jaar, op de derde dinsdag van september, presenteert de regering een begroting voor het nieuwe jaar. Ze maken een schatting van de te verwachten inkomsten en bepalen waar het geld aan wordt uitgegeven. Het zogenaamde huishoudboekje van Nederland ofwel de miljoenennota. Bekijk de miljoenennota van dit jaar en maak vervolgens opdracht 3, 4 en 5
  2. a. Er zijn 6 bronnen van inkomsten voor het Nederlandse huishoudboekje. Welke 6 zijn dit?
    b. Schrijf de bedragen erbij
    c. Als de regering te weinig geld heeft, kan ze kiezen om te bezuinigen, óf proberen meer inkomsten te krijgen. Kies 1 inkomstenbron en geef een voorbeeld van hoe de overheid meerinkomsten kan binnenhalen.
  3. a. In de miljoenennota zie je ook de verdeling van de uitgaven over de verschillende posten.
      Schrijf alle uitgaven onder elkaar en zet de bedragen erbij
    b. Zoals je ziet gaat het om grote bedragen. Wat is voor Nederland de grootste kostenpost?
    c. Hoe komt het dat deze kostenpost zo groot is?
  4. a. Wat zijn de totale inkomsten?
    b. Wat zijn de totale uitgaven
    c. Hoeveel bedraagt het begrotingsoverschot/tekort?

    Antwoorden op de vragen opnemen in je portfolio