Opdrachten over verkiezingen en stemmen.
Opdracht 7: Verkiezingen en stemmen
Politieke stromingen
1. In Nederland komen verschillende politieke partijen en stromingen voor
2. a. Wat is het verschil tussen een links en een rechtse politieke visie?
b. Wat is het verschil tussen een Progressieve en een Conservatieve politieke visie?
c. Is de PVV conservatief of progressief?
3. Hieronder staan een aantal uitspraken van politieke partijen.
Noteer bij elke uitspraak bij welke politieke stroming die hoort, je kunt kiezen tussen het liberalisme, socialisme, de sociaaldemocratie, de christendemocratie, het sociaalliberalisme en het rechts-extremisme.
|
uitspraak |
politieke stroming |
|
1 Allochtonen moeten niet alleen integreren, ze moeten zich volledig aanpassen aan onze cultuur. Als ze dit niet doen, moeten ze direct het land uitgezet worden. |
1 |
|
2 Mensen die veel verdienen moeten procentueel veel meer belasting betalen dan mensen die minder verdienen. |
2 |
|
3 Het wettelijk minimumloon moet worden afgeschaft. Werknemers en werkgevers moeten zelf afspraken maken over de lonen. |
3 |
|
4 Het verhuren van kamers moet aantrekkelijker gemaakt worden voor huiseigenaren door huurders minder huurbescherming te geven. |
4 |
|
5 De overheid moet strengere regels maken die ervoor zorgen dat er minder ongelukken plaatsvinden op het werk. |
5 |
|
6 Het probleem van het voetbalvandalisme is alleen op te lossen door een inspanning van ouders, school, supportersverenigingen en verder alle organisaties die op een of andere manier bij het voetbal betrokken zijn. |
6 |
|
7 Het ongeboren leven moet beschermd worden. Er moet een hele strenge abortuswet komen. |
7 |
4. Hieronder staan 3 stellingen. Een VVD politicus en een PvdA politicus reageren hierop.
Zijn ze voor of tegen en waarom?
Kiesrecht
|
Actief kiesrecht |
|
Het recht om gekozen te worden als volksvertegenwoordiger. |
|
Tweede Kamer |
Het 'gezicht' van een politieke partij. |
|
|
Voorkeurstem |
De volksvertegenwoordigers in de provincie. |
|
|
Provinciale Staten |
Het recht om te stemmen bij de verkiezingen. |
|
|
Lijsttrekker |
Een stem op de nummer vijf van de kieslijst. |
|
|
Passief kiesrecht |
Bestaat uit 150 leden |
3. In de aanloop naar de verkiezingen maken politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s bekend.
a. Wat is het doel van het verkiezingsprogramma van een politieke partij?
b. Hoe kun je stemmen als je op de verkiezingsdag in het buitenland bent?
4. Bekijk de cartoon
a. Over welk begrip gaat deze tekening?
b. Leg uit wat er met dit begrip wordt bedoeld
c. Wat willen partijen tijdens een verkiezingscampagne bereiken?
d. Lees de uitspraak. Waarom is het belangrijk om te weten welke standpunten de partijen hebben?
|
|
5. Schrijf drie manieren op om informatie te krijgen over de standpunten van politieke partijen die aan de verkiezingen meedoen.
Na de verkiezingen

Waarom is het wenselijk dat er een regering wordt samengesteld die de meerderheid heeft in de Tweede Kamer?
De meeste politieke partijen willen deel uitmaken van de regering. Geef twee redenen waarom een politieke partij ervoor zou kunnen kiezen om niet deel te nemen aan de regering.