De leerling kan bijvoeglijke naamwoorden (exclusief stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van een werkwoord) correct schrijven.
De leerling kan stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van een werkwoord correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Grammatica, pagina 112
UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Spelling, pagina 199
UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Formuleren, pagina 119

UITLEG - Bijvoeglijk naamwoord
Geschreven uitleg over het bijvoeglijk naamwoord.
UITLEG en OEFENING - Trappen van vergelijking
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over trappen van vergelijking (aangegeven duur: één lesuur).

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Grammatica, pagina 112
UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Spelling, pagina 199

UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord. De genoemde methode 'R28' kan onbekend zijn bij de leerling en/of de docent, maar de uitleg op zich kan worden gebruikt.
UITLEG - Spelling stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.
UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van een werkwoord) 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord.
UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van een werkwoord) 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord.
UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van een werkwoord) 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord.

UITLEG en OEFENINGEN - Bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een werkwoord
Geschreven uitleg en oefeningen over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een werkwoord.
OEFENING - Bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een tegenwoordig (onvoltooid) deelwoord 1
Oefenzinnen waarin het bijvoeglijk naamwoord juist gespeld moet worden ingevuld, dat afkomstig is van een tegenwoordig of onvoltooid deelwoord. Digitaal in te vullen en direct te controleren.
OEFENING - Bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een tegenwoordig (onvoltooid) deelwoord 2
Oefenzinnen waarin het bijvoeglijk naamwoord juist gespeld moet worden ingevuld, dat afkomstig is van een tegenwoordig of onvoltooid deelwoord. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord 1
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.
OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord 2
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.
OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord 3
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.
OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een werkwoord 1
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.
OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een werkwoord 2
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.
OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een werkwoord 3
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.
OEFENING - Verbogen of onverbogen bijvoeglijk naamwoord
Oefening waarbij de juiste vorm van een bijvoeglijk naamwoord moet worden gekozen. Via meerkeuzemenu en direct te controleren.