De leerling kan de volgende leestekens correct gebruiken: punt, vraagteken, uitroepteken.
De leerling kan de volgende leestekens correct gebruiken: komma, dubbele punt, aanhalingstekens.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Spelling, pagina 32
UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Formuleren, pagina 35

UITLEG - Leestekens
Geschreven uitleg over leestekens.
UITLEG en OEFENING - Leestekens
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over leestekens (aangegeven duur: één lesuur).

OEFENING - Punten
Oefening waarbij de punt op de juiste plek moet worden geplaatst. Digitaal en direct te controleren.
OEFENING - Vraagtekens
Oefenzinnen waarin het vraagteken op de juiste plek moet worden gezet. Digitaal en direct te controleren.
OEFENING - Uitroeptekens
Oefenzinnen waarin het uitroepteken op de juiste plek moet worden gezet. Digitaal en direct te controleren.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Formuleren, pagina 35
UITLEG - Hoofdstuk 6, paragraaf Spelling, pagina 241

UITLEG - Leestekens
Geschreven uitleg over leestekens.
UITLEG en OEFENING - Leestekens
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over leestekens (aangegeven duur: één lesuur).

UITLEG - Leestekens
Geschreven uitleg over het gebruik van dubbele punt, puntkomma en aanhalingstekens.