
UITLEG - Hoofdstuk 2, paragraaf Grammatica woordsoorten, pagina 70
UITLEG - Hoofdstuk 2, paragraaf Grammatica woordsoorten, pagina 72

UITLEG - Werkwoord
Geschreven uitleg over het werkwoord.
UITLEG en OEFENING - Werkwoord
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over het werkwoord (aangegeven duur: twee lesuren).

OEFENING - Werkwoord
Oefening waarbij het hulpwerkwoord, het zelfstandig werkwoord en het koppelwerkwoord moeten worden geduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Werkwoord 1
Oefenzinnen waarin het werkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Werkwoord 2
Oefenzinnen waarin de werkwoorden moeten worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Werkwoord 3
Oefenzinnen waarin de werkwoorden moeten worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord 1
Oefenzinnen waarin het zelfstandig werkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord 2
Oefenzinnen waarin het zelfstandig werkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord 3
Oefenzinnen waarin het zelfstandig werkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Hulpwerkwoord 1
Oefenzinnen waarin het hulpwerkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Hulpwerkwoord 2
Oefenzinnen waarin het hulpwerkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Hulpwerkwoord 3
Oefenzinnen waarin het hulpwerkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Hulpwerkwoord 4
Oefenzinnen waarin het hulpwerkwoord moet worden aangeduid. Direct controleerbaar.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord 1
Oefening waarbij van het gemarkeerde werkwoord in een zin moet worden bepaald of het een zelfstandig werkwoord of een hulpwerkwoord is. Direct te controleren.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord 2
Oefening waarbij van het gemarkeerde werkwoord in een zin moet worden bepaald of het een zelfstandig werkwoord of een hulpwerkwoord is. Direct te controleren.

UITLEG en OEFENING - Werkwoord
Geschreven uitleg en oefeningen over het werkwoord. Let op: ook het koppelwerkwoord staat erbij.
OEFENING - Hulpwerkwoord 1
Van het aangegeven werkwoord uit deze oefenzinnen moet worden aangegeven of het een zelfstandig werkwoord of een hulpwerkwoord is.
OEFENING - Hulpwerkwoord 2
Oefenzinnen waarvan het hulpwerkwoord moet worden aangeduid of moet worden aangegeven dat er geen hulpwerkwoord in zit.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord 1
Oefenzinnen waarvan het zelfstandig werkwoord moet worden aangeduid.
OEFENING - Zelfstandig werkwoord 2
Oefenzinnen waarvan het zelfstandig werkwoord moet worden aangeduid.

UITLEG - Werkwoord 1
Uitleg over het werkwoord.
UITLEG - Werkwoord 2
Uitleg over het werkwoord.
UITLEG - Werkwoord 3
Uitleg over het werkwoord.
UITLEG - Werkwoord 4
Uitleg over het werkwoord.
UITLEG - Zelfstandig werkwoord 1
Uitleg over het zelfstandig werkwoord.
UITLEG - Zelfstandig werkwoord 2
Uitleg over het zelfstandig werkwoord.
UITLEG - Hulpwerkwoord 1
Uitleg over het hulpwerkwoord.
UITLEG - Hulpwerkwoord 2
Uitleg over het hulpwerkwoord.
UITLEG - Hulpwerkwoord 3
Uitleg over het hulpwerkwoord.
UITLEG - Hulpwerkwoord, zelfstandig werkwoord en koppelwerkwoord 1
Uitleg over het verschil tussen hulpwerkwoord, zelfstandig werkwoord en koppelwerkwoord.
UITLEG - Hulpwerkwoord, zelfstandig werkwoord en koppelwerkwoord 2
Uitleg over het verschil tussen hulpwerkwoord, zelfstandig werkwoord en koppelwerkwoord.