Voorzetsel

Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan voorzetsels herkennen, ook als het voorzetsel achter het zelfstandig naamwoord staat.

UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Grammatica woordsoorten, pagina 196

UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Grammatica woordsoorten, pagina 198

 

UITLEG - Voorzetsel 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het voorzetsel.

 

UITLEG - Voorzetsel 2
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over het voorzetsel.

 

UITLEG - Voorzetsel 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het voorzetsel.

 

UITLEG - Voorzetsel 4
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het voorzetsel.

 

 

OEFENING - Voorzetsel
Oefenzinnen waarin het voorzetsel moet worden gevonden. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

 

OEFENING - Voorzetsel 1
Oefenzinnen waarin het voorzetsel moet worden gevonden. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Voorzetsel 2
Oefenzinnen waarin het voorzetsel moet worden gevonden. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Voorzetsel 3
Oefenzinnen waarin het voorzetsel moet worden gevonden. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Voorzetsel 4
Oefenzinnen waarin het voorzetsel moet worden gevonden. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

 

UITLEG en OEFENING - Voorzetsel
Geschreven uitleg en oefeningen over het voorzetsel.

OEFENING - Voorzetsel 1
Oefenzinnen waarvan het voorzetsel moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Voorzetsel 2
Oefenzinnen waarvan de voorzetsels moeten worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Voorzetsel 3
Van een bepaald woord in deze oefenzinnen moet worden aangeduid of dit een bijwoord, een voorzetsel of geen van beide is. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.