De leerling kan een minder eenvoudige zakelijke tekst oriënterend lezen: de tekst bekijken en de eerste alinea lezen. Deze tekst kan een van de volgende tekstsoorten zijn: informatief (o.m. nieuwsbericht, artikel), betogend (o.m. artikel) en aansporend (o.m. advertentie, flyer). Met een minder eenvoudige tekst wordt bedoeld: een tekst met een onderwerp dat wat verder van de leerling af staat, die niet te lang is, met een heldere structuur en een lage informatiedichtheid.
De leerling kan een minder eenvoudige zakelijke tekst precies lezen: de tekst van het eerste tot en met het laatste woord lezen.
De leerling kan binnen een minder eenvoudige zakelijke tekst specifieke informatie vinden door de tekst zoekend te lezen: titels en tussenkopjes bekijken, woorden met afwijkende typografie bekijken, letten op opvallende tekens en illustraties, zoeken naar bepaalde woorden.
De leerling kan een minder eenvoudige zakelijke tekst globaal lezen: de eerste en laatste zin van elke alinea lezen.
De leerling kan, afhankelijk van de vraag bij een (minder eenvoudige zakelijke) tekst, een inschatting maken van de toe te passen leesstrategie (oriënterend, globaal, precies of zoekend) om tot het antwoord op die vraag te komen, gebaseerd op de tekst.
De leerling kan door de bovenstaande leesstrategieën juist toe te passen uit verschillende minder eenvoudige zakelijke tekstsoorten (informatief, betogend, aansporend) informatie destilleren.
Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan een minder eenvoudige zakelijke tekst oriënterend lezen: de tekst bekijken en de eerste alinea lezen. Deze tekst kan een van de volgende tekstsoorten zijn: informatief (o.m. nieuwsbericht, artikel), betogend (o.m. artikel) en aansporend (o.m. advertentie, flyer). Met een minder eenvoudige tekst wordt bedoeld: een tekst met een onderwerp dat wat verder van de leerling af staat, die niet te lang is, met een heldere structuur en een lage informatiedichtheid.
OEFENING - Oriënterend lezen
Oefening waarbij door middel van oriënterend lezen van verschillende teksten het tekstdoel moet worden bepaald. Direct te controleren.
De leerling kan een minder eenvoudige zakelijke tekst globaal lezen: de eerste en laatste zin van elke alinea lezen.
De leerling kan binnen een minder eenvoudige zakelijke tekst specifieke informatie vinden door de tekst zoekend te lezen: titels en tussenkopjes bekijken, woorden met afwijkende typografie bekijken, letten op opvallende tekens en illustraties, zoeken naar bepaalde woorden.
OEFENING - Zoekend lezen
Oefening waarbij vragen bij een tekst moeten worden beantwoord. Digitaal in te vullen en direct controleerbaar.
De leerling kan, afhankelijk van de vraag bij een (minder eenvoudige zakelijke) tekst, een inschatting maken van de toe te passen leesstrategie (oriënterend, globaal, precies of zoekend) om tot het antwoord op die vraag te komen, gebaseerd op de tekst.
De leerling kan door de bovenstaande leesstrategieën juist toe te passen uit verschillende minder eenvoudige zakelijke tekstsoorten (informatief, betogend, aansporend) informatie destilleren.
UITLEG - Oriënterend lezen: hoofdstuk 1, paragraaf Lezen, pagina 7
UITLEG - Leesstrategieën 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het toepassen van verschillende leesstrategieën om een tekst helemaal te begrijpen.
UITLEG - Leesstrategieën 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het toepassen van verschillende leesstrategieën om een tekst helemaal te begrijpen.
UITLEG - Leesstrategieën 4
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het toepassen van verschillende leesstrategieën om een tekst helemaal te begrijpen.
UITLEG - Leesstrategieën 5
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over zogenaamde sturingsstrategieën, leesstrategieën en herstelstrategieën.
OEFENING - Leesstrategieën 2
Oefening waarbij de juiste leesstrategie (zoekend lezen, globaal lezen of intensief lezen) bij het juiste leesdoel moet worden gekozen. Direct te controleren.